Noordhoff Uitgevers

Wilde dieren in Nederland

In Nederland leven veel wilde dieren. Het zijn grote en kleine dieren, maar allemaal kunnen ze voor zichzelf zorgen. Ze zoeken zelf hun eten en ze bouwen zelf een nest of graven een hol. Het edelhert is het grootste wilde dier in Nederland. Het is een hoefdier, net als het iets kleinere damhert en de nog kleinere ree. En net als het wilde zwijn. Aan het uiteinde van hun poten hebben ze hoeven, net als koeien, schapen en paarden. Wilde dieren zijn schuw. Zodra er mensen in de buurt zijn, duiken ze weg. Je ziet ze dus niet, maar ze zijn er wel! In Nederland komen alles bij elkaar zo’n 24 duizend soorten wilde dieren voor. Van edelhert tot mier, en van kikker tot merel.


Een mannelijk edelhert ziet er met zijn grote gewei indrukwekkend uit.

Grazers en knagers

In natuurgebieden langs de rivieren zie je soms wilde paarden en runderen lopen. Het zijn allebei grazers, ze eten vooral gras. Een andere overeenkomst is dat ze allebei in een kudde leven. Dat is een groep dieren. 
In Nederland leeft ook het grootste knaagdier van Europa: de bever. Hij knaagt met zijn scherpe snijtanden hele bomen om. De meeste bevers komen in het natuurgebied de Biesbosch voor. Maar hij leeft ook in andere gebieden met veel water en veel wilgen. Het water is om in te zwemmen, daar is hij dol op. De wilgen staan op zijn menu: in de winter eet hij er takjes en schors van. In de zomer eet hij liever sappige planten die in en bij het water groeien.
Hazen en konijnen zijn ook knaagdieren. Ze lijken wel op elkaar, maar ze leven heel verschillend. Konijnen graven een hol. Daarin krijgt het vrouwtje haar jongen. Die zijn bij geboorte blind en kaal. Hazen krijgen hun jongen in een kuiltje in het gras. Zo’n jong haasje heeft direct al haar en de oogjes zijn open. Hazen en konijnen hebben veel vijanden. Hun grootste vijand is misschien wel de vos. Dat is een slim roofdier.

Vogels

Wilde dieren die je het vaakst ziet, zijn vogels. Vooral als ze vliegen, vallen ze op. In de lucht voelen ze zich veilig. Roofvogels kunnen vanuit de lucht goed naar een prooi zoeken. Een uil is ook een roofdier. Hij vangt vooral muizen. Een uil slikt zijn prooi helemaal door. Haren, veren en botten verteren niet. Die braken ze daarom weer uit. Zo’n braakbal kun je helemaal uitpluizen, je zult allerlei kleine muizenbotjes vinden. Vogels die vliegen eten, hebben het in de winter moeilijk in Nederland. Daarom gaan zwaluwen in de winter naar een warm land. In het voorjaar komen ze weer terug. Het zijn trekvogels. Veel ganzen komen in de winter juist bij ons. Want in Nederland is er dan nog volop gras te vinden. In het voorjaar trekken de ganzen naar het noorden. Daar leggen ze eieren en brengen ze hun jongen groot.


De zeearend is de grootste (roof)vogel die in Nederland voorkomt.

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 27 Wilde dieren in Nederland.

Details en informatie

  • Titel: Wilde dieren in Nederland
  • Auteur(s): Geert-Jan Roebers
  • Nummer: 27
  • Niveau: 2
  • Siso: J 596.1