Noordhoff Uitgevers

Windenergie

Zonder windenergie zou Nederland er heel anders uitzien. Er zouden geen polders zijn, maar juist veel meren. En Amsterdam zou geen wereldstad zijn geworden, als er geen wind was geweest. Want de Hollanders voeren vroeger op zeilschepen over de hele wereld om handel te drijven. Wind levert flink wat kracht. Van deze windenergie maken mensen al duizenden jaren gebruik. Eeuwenlang werden in Nederland windmolens gebruikt. Om graan te malen, hout te zagen, water uit de polders omhoog te pompen en zelfs om verf te roeren. Veel windmolens zijn verdwenen toen er stoommachines en elektromotoren kwamen. Die machines hebben als groot voordeel dat ze ook kunnen draaien als er geen wind waait.

Een ouderwetse windmolen. Honderd jaar geleden stonden er ongeveer tienduizend van deze molens in Nederland. Nu zijn er nog maar duizend.

De afgelopen twintig jaar is er een heel ander soort windmolen in het Nederlandse landschap gekomen: de windturbine. Windturbines maken nu elektriciteit voor 200 duizend huishoudens, ofwel een half miljoen Nederlanders.

Van wind naar stroom

Een windturbine zet de energie van de wind om in elektrische stroom. Dat gebeurt in een heel grote dynamo, die generator heet. De generator in een windturbine wordt aangedreven door een rotor. Die bestaat uit één, twee of drie rotorbladen. De generator zit samen met een tandwielkast in een gondel. En die zit weer boven op een hoge paal, de mast. De draaiende beweging van de rotor wordt in de tandwielkast versneld.
Een computer regelt de snelheid van de rotor door de rotorbladen meer of minder schuin te zetten. Daarvoor gebruikt hij gegevens van een windmeter en een windvaan achter op de gondel. Als de rotorbladen te hard draaien, draait de computer ze een beetje uit de wind. Bij storm wordt de rotor stilgezet. De computer kan ook ontdekken of er een storing is. In dat geval stuurt hij een sms'je naar een monteur.
Op grotere hoogte waait het harder dan op de grond. Daarom worden windturbines op een hoge mast gezet. Dan presteren ze beter. Een rotorblad is ongeveer 35 meter lang. Het uiteinde van een rotorblad haalt een snelheid van meer dan 250 kilometer per uur.
Een moderne windturbine levert voldoende stroom voor ongeveer 650 huishoudens. Dat is tien tot dertig keer zoveel als de eerste turbines.
De meeste windturbines in Nederland zijn eigendom van een elektriciteitsbedrijf. Dat bedrijf stopt de elektrische stroom van de windturbines bij de stroom uit de elektriciteitscentrales.

Een rotor kan bestaan uit één, twee of drie bladen.

Het is natuurlijk belangrijk dat je een windturbine op een plek zet waar het veel waait. De rotoren van een windturbine maken een zoevend geluid. Dat kan behoorlijk storend zijn voor mensen die in de buurt van de turbine wonen. Ook de schaduw van een draaiende rotor kan hinderlijk zijn voor bewoners. En niet iedereen vindt windturbines mooi staan in het landschap. Tegenwoordig zet men windturbines vaak in grote groepen bij elkaar in een windturbinepark.

Wind is gratis en raakt nooit op. Daarom wordt windenergie ook wel duurzame energie genoemd. Omdat het opwekken van stroom in een windturbine niet schadelijk is voor het milieu, wordt deze stroom ook wel groene stroom genoemd. De regering wil dat in 2010 tien procent van de energie in Nederland duurzaam is. Meer dan een kwart van die energie moet dan door windturbines worden opgewekt. Daarom moeten er nog veel windturbines worden gebouwd.

Een nadeel van windturbines is dat vogels ertegenaan kunnen vliegen. Ook kunnen de dieren in de war raken doordat de wind achter de rotor flink wervelt.

Details en informatie

  • Titel: Windenergie
  • Auteur(s): Ferdinand Pronk
  • Nummer: IC143
  • Niveau: 3
  • Siso: J 644.9