Noordhoff Uitgevers

Wolken

Wolken. Ze zijn er bijna altijd. Ze hangen in de lucht. Soms gaan ze hard, soms lijkt het of ze stilstaan. Maar wolken komen ook uit je mond, als het buiten koud is. Ze komen uit schoorstenen en uit de uitlaat van een auto.
Wolken lijken op dikke watten. Pluizig en zacht. Wolken kun je niet vastpakken. Je grijpt er dwars doorheen als je het probeert. Mist is ook een wolk. Als je er doorheen loopt, voel je piepkleine waterdruppeltjes. Ze zijn zo licht dat ze blijven zweven. En zo klein dat je ze niet kunt zien. Maar miljarden druppeltjes bij elkaar zie je wel. Ze vormen samen een wolk. Een ander soort mist is smog. Die zie je soms na het afsteken van heel veel vuurwerk op Oudjaarsavond.

Ook uit een beker hete thee stijgt waterdamp omhoog. Dat zie je aan de sliertjes stoom boven dit kopje.

Soorten wolken

De meeste wolken die je ziet, bestaan uit druppeltjes zeewater. De zon schijnt op het water. Het water wordt warm. Hierdoor stijgt een klein deel van het water op.  Deze waterdamp vormt een wolk. Als de waterdamp heel hoog in de lucht terecht komt waar het koud is, gaat hij condenseren. De druppeltjes die daar ontstaan, vallen later als regendruppels naar beneden. Het regenwater sijpelt in de bodem en stroomt via sloten en rivieren weer naar zee. Daar verdampt het water en de waterdamp vormt weer een wolk. Zo gaat het altijd door. 
Geen enkele wolk is hetzelfde. Elke wolk heeft een andere vorm. En zelfs die vorm verandert steeds. Je kunt wolken indelen in drie soorten. Eén voorbeeld is de stapelwolk. Als er kleine witte stapelwolken in een blauwe lucht zijn, blijft het droog. Maar als er een wolkendeken in de lucht hangt, kan het heel de dag regenen.
Uit de ene wolk vallen druppels en uit de andere niet. Dat komt omdat in de ene wolk veel meer druppels zitten dan in de andere. Dat kun je aan de kleur zien. In een grijze wolk zitten veel druppels en die zijn ook nog eens groter. Als de regen uit de wolk valt, is hij daarna minder grijs.
Er zitten in die grote, grijze wolken niet alleen veel druppels, ze zijn ook heel zwaar. Een wolk kan zo zwaar zijn als honderd olifanten. Gelukkig valt een wolk nooit als één blok uit de lucht. Het gewicht is verdeeld over al die druppeltjes die los van elkaar naar beneden vallen.
De cumulo-nimbus kan wel 15 kilometer de lucht in gaan. De onderkant is donkergrijs en de bovenkant ziet eruit als een soort witte waaier. In de wolk waait het. En het regent, sneeuwt en vriest in de wolk. Allemaal tegelijk. Je kunt maar beter een schuilplaats zoeken als je zo’n wolk ziet. Zelfs vliegtuigen gaan er liever omheen.

De bewegingen van de lucht kunnen voor bijzondere wolkenvormen zorgen. De wolk op deze foto lijkt wel een ufo.

Wind

Wolken zijn altijd in beweging. Hoog in de lucht waait het meestal harder dan laag bij de grond. Soms zie je wolken boven je hoofd heel snel gaan, terwijl je beneden nauwelijks wind voelt. 
De meeste wolken gaan heel hard. Soms wel 300 kilometer per uur. Terwijl het lijkt alsof ze stilstaan. Dat komt doordat ze zo hoog in de lucht hangen, je ziet gewoon niet hoe hard ze gaan.

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 314 Wolken.

Details en informatie

  • Titel: Wolken
  • Auteur(s): Hanneke Siemensma
  • Nummer: 314
  • Niveau: 2
  • Siso: J 555.3