Noordhoff Uitgevers

Zeezoogdieren

Niet alle zoogdieren leven op het land. Sterker nog: het allergrootste dier – de blauwe vinvis - is een zeezoogdier. De blauwe vinvis is een walvis. Toch is het geen vis. Hij ademt met longen en zijn lichaam is vanbinnen warm. Net als bij mensen kan een vrouwtjeswalvis zwanger worden. Als de baby geboren is, zoogt de moeder haar kind. Een walvis is dan ook een zoogdier dat in zee leeft: een zeezoogdier dus. Miljoenen jaren geleden leefden walvissen op het land. Langzaam maar zeker raakten ze hun poten, oren en vacht kwijt en pasten zich aan het water aan. Hun longen hebben ze wel behouden. Nu zouden walvissen niet meer op land kunnen leven. Hun lijf is veel te zwaar: hun longen zouden worden ingedrukt en hun vinnen zijn te zwak om op te steunen. Sommige zeezoogdieren komen wel aan land om jongen te krijgen.


De blauwe vinvis weegt meer dan de allergrootste dinosaurus en anders dan de dino’s bestaat deze walvis nog steeds.

Verschillende soorten

De verschillende soorten zeezoogdieren kun je indelen in vier groepen. Walvissen, robben, zeekoeien en zeeotters.
Tot de walvissen behoren ook dolfijnen. Net als de potvis, de orka en de bruinvis hebben zij tanden. Andere dieren zoals de bultrug en de blauwe vinvis hebben baleinen in plaats van tanden. Met de baleinen zeven zij het voedsel uit het zeewater.
Robben zijn zeezoogdieren, maar zijn geen familie van de walvissen. Ze zien er ook heel anders uit. Zij hebben een vacht.
De zeeotter is nog hariger, hij heeft een heel dikke vacht. Er zijn dertien soorten otters, maar de meeste leven in en bij zoet water. Alleen de zeeotter is een echt zeezoogdier. Hij komt bijna nooit het water uit.
Dan zijn er nog de zeekoeien. De naam ‘zeekoe’ is verwarrend omdat ze meestal in rivieren leven. De doejong is wel een echt zeezoogdier.

Zeezoogdieren leven bijna overal. In de warme zeeën van de evenaar, maar ook in de poolzeeën. Sommige blijven hun leven lang in dezelfde zee, maar er zijn er ook die de halve wereld rondzwemmen. In de zomer trekken veel zeezoogdieren naar de poolgebieden. Daar is volop voedsel te vinden. 
Zeekoeien zijn de enige vegetariërs. Alle andere zeezoogdieren eten zeedieren, zoals vis of inktvis. De walrus zoekt zijn eten op de zeebodem. Hij eet vooral schelpdieren. Potvissen jagen op grote inktvissen. Baleinwalvissen vangen juist kleine zeediertjes, zoals kril.

Zintuigen

Zeezoogdieren ademen door hun neus. Omdat ze hun voedsel onder water zoeken, moeten ze hun adem lang kunnen inhouden. Een paar minuten of een kwartier is voor de meeste soorten geen probleem. De potvis en de spitssnuitdolfijn kunnen wel twee uur onder water blijven.

Zeezoogdieren hebben ogen en een neus. Maar onder water hebben ze daar niets aan. De walrus vindt zijn voedsel vooral op de tast. Zijn snorharen werken als voelsprieten. Wat al deze dieren wel goed kunnen, is horen. De meeste van hen hebben kleine oorschelpen, maar die hebben ze nauwelijks nodig. Het geluid gaat door hun hoofd naar binnen. Onder water klinkt geluid erg ver. Baleinwalvissen kunnen over een afstand van meer dan honderd kilometer met elkaar communiceren.
Tandwalvissen hebben de echo-locatie. Dat is handig bij het zoeken naar voedsel.
Eeuwenlang is er gejaagd op zeezoogdieren voor hun vet en vlees of vacht. Sommigen dieren, zoals de Steller zeekoe, zijn daardoor uitgestorven.


Zeeberen gebruiken hun lange snorharen als voelsprieten bij het jagen op vissen.

Details en informatie

  • Titel: Zeezoogdieren
  • Auteur(s): Geert-Jan Roebers
  • Nummer: 12
  • Niveau: 4
  • Siso: 598.91