Noordhoff Uitgevers

Zo word je advocaat

Ieder land heeft wetten, waaraan de inwoners zich moeten houden. Je kent er vast wel een paar. Bijvoorbeeld: je mag niet stelen, geen dingen vernielen en geen dieren mishandelen. In de wetboeken staan er nog veel meer. Vaak zijn wetten erg ingewikkeld. Als je wegwijs wilt worden in de wetboeken en de wetten wilt begrijpen, moet je rechten studeren. Advocaten hebben dat gedaan: zij geven voor hun beroep mensen raad over 'de wet'. Zo noem je alle wetten bij elkaar. Advocaten helpen ook mensen die voor de rechter moeten komen.

 

Advocaten kijken niet alleen in de wetboeken. Ze vinden ook veel informatie via de computer.

Het werk van advocaten

Voor je Nederlands recht (rechten) kunt studeren aan een universiteit moet je je vwo-diploma halen. Je hebt geen speciaal vakkenpakket nodig. Tijdens je studie leer je alles over de wetten in Nederland. Een Nederlandse advocaat kan niet zomaar in het buitenland gaan werken. Want de wetten zijn niet overal hetzelfde. Je leert als student over het burgerlijk recht en over het strafrecht. Het burgerlijk recht gaat over alle wetten die te maken hebben met de inwoners van Nederland. Daarmee krijgt iemand te maken bij bijvoorbeeld een scheiding of bij problemen bij de koop van een huis. In het strafrecht is alles geregeld over misdaden en overtredingen. Als student leer je niet alleen wetten uit je hoofd. Je leert ook nadenken over waarom iets niet mag en welke straf goed is. Rechtenstudenten moeten ook stage lopen, bijvoorbeeld op een advocatenkantoor.

Na vier jaar studie ben je meester in de rechten. Wil je zelfstandig advocaat worden, dan moet je nog drie jaar een opleiding volgen. Je moet dan werken en studeren tegelijk. Eerst word je beëdigd. Dan beloof je een eerlijke advocaat te zijn. En dat je je zult houden aan de regels voor advocaten. Die staan beschreven in een wet. Tijdens de opleiding tot advocaat leer je hoe een rechtszitting precies gaat. Ook oefen je veel in het houden van pleidooien. Daar worden zelfs speciale wedstrijden in gehouden. Ook leer je hoe je getuigen moet ondervragen en hoe je dagvaardingen moet schrijven. Na drie jaar hard werken ben je eindelijk klaar en kun je als advocaat aan de slag.

 

Als advocaat moet je ook getuigen kunnen ondervragen.

Niet iedereen is geschikt om advocaat te worden. Je moet goed alleen kunnen werken en beslissingen kunnen nemen. Ook moet je goed met mensen kunnen omgaan. Je werkt vaak met mensen die in de problemen zitten. Om hen te kunnen helpen, moet je eerst hun vertrouwen winnen. En je moet erachter zien te komen wat het probleem precies is. Daarvoor moet je luisteren en de juiste vragen kunnen stellen. Als advocaat moet je bovendien heel veel uitzoeken, in boeken en op internet, en stukken schrijven. Je moet daarom kunnen doorzetten. Tot slot is het heel belangrijk dat je goed kunt praten. Praten met cliënten en ze de moeilijke wetten uitleggen. En praten tijdens de rechtszitting om de rechter te overtuigen. Het allerleukst van advocaat zijn is een zaak winnen. Dan ben je vaak net zo blij als je cliënt.

Details en informatie

  • Titel: Zo word je advocaat
  • Auteur(s): Karin van Hoof
  • Nummer: IC163
  • Niveau: 3
  • Siso: J 393.75