Noordhoff Uitgevers

Zo word je boer

Alles wat jij gisteren en vandaag gegeten hebt, komt op één of andere manier van een boer. Chips en friet worden van aardappelen gemaakt. Pasta en brood van graan. De suiker in snoep of toetjes komt van suikerbieten. Melk en yoghurt komen van koeien. Deze producten worden niet in één bedrijf geproduceerd. Er zijn verschillende boeren. De een is veeteler, een ander is akkerbouwer. Sommige boeren hebben een gemengd bedrijf. Zij zijn veeteler én akkerbouwer. En dan zijn er nog tuinders. Zij kweken groente en fruit.
De verzorging van de dieren en gewassen kost de meeste tijd, maar de boer moet ook zijn administratie doen. Dat doet hij meestal op de computer. Zo kan hij laten zien dat hij zich aan de regels houdt. Bijvoorbeeld of hij niet te veel melk produceert of te veel mest op zijn land brengt. Er zijn veel regels in de landbouw waaraan een boer zich moet houden.

Een boer heeft nooit vakantie. Iedere dag moeten de koeien gemolken worden. Gelukkig hoeft hij dat niet met de hand te doen. Hier doet een melkrobot het werk.

Bijzondere boeren

Sommige boeren houden op hun bedrijf heel veel rekening met het milieu. Zij hebben een biologische boerderij. In plaats van kunstmest, gebruiken ze compost. Deze boeren hebben veel aandacht voor het welzijn van dieren. Ook houden ze rekening met de dieren die van nature op het land leven. Bijvoorbeeld weidevogels, of dassen en kikkers.
Boeren zoeken ook naar andere inkomsten. Sommigen hebben bijvoorbeeld een zorgboerderij. Daar kunnen mensen met problemen een tijdje komen helpen met klusjes. Deze boeren worden geholpen door deskundige begeleiders.

Bij deze zorgboerderij komen bejaarden. Ze kunnen kleine karweitjes doen of gewoon de dieren knuffelen.

Wil jij boer worden?

Als jij boer wilt worden, moet je graag met dieren omgaan en moet je heel hard kunnen werken. Het werk is niet om vijf uur klaar. En je moet geen koukleum zijn, want boeren werken veel buiten, ook als het koud is. Het werk van een boer is lichamelijk vrij zwaar. Je moet dus een goede gezondheid hebben en sterk zijn.
Vaak nemen zonen of dochters het bedrijf van hun ouders over. Als dat voor jou niet mogelijk is, wordt het moeilijk. Het is dan niet eenvoudig om een boerderij over te nemen. Bovendien kost een bedrijf opzetten heel veel geld.
Vroeger leerde een zoon het vak van zijn vader. Nu kun je verschillende opleidingen volgen op het vmbo of het mbo. Je krijgt dan veel praktijklessen en je loopt stage. Je kunt ook naar het hbo of naar de universiteit gaan. Maar het echte vak leer je door je handen uit je mouwen te steken.
Er zijn nog veel andere beroepen mogelijk. Zo kun je bedrijfsverzorger worden. Dan neem je tijdelijk het werk van een boer over, bijvoorbeeld als hij ziek is. Of je kunt bij een loonwerkersbedrijf gaan werken. Een boer huurt daar loonwerkers in bij grote klussen. Houd je vooral van planten en bloemen? Dan kun je gaan werken bij een bedrijf dat plantjes en bloemen kweekt. Ook kun je dan denken aan het beroep van hovenier.
Als je geïnteresseerd bent in techniek, is het repareren van landbouwmachines of tractoren iets voor jou. Misschien zorg je liever voor dieren. Dan kun je terecht als dierenverzorger bij een kinderboerderij, dierenasiel of dierentuin.

 

Details en informatie

  • Titel: Zo word je boer
  • Auteur(s): Jeanet de Pee
  • Nummer: IC283
  • Niveau: 3
  • Siso: J 630.8