Noordhoff Uitgevers

Zo word je kok

Houd je van een salade opmaken? Een ijsje versieren? Een taartje maken? Als je van lekker eten houdt en je vindt het leuk om in de keuken te helpen, dan is het beroep van kok misschien iets voor jou. Koks werken niet alleen in hotels en restaurants, maar ook in bijvoorbeeld verzorgingshuizen, gevangenissen en op schepen. Als kok werk je in een team. Dat betekent dat je moet kunnen samenwerken en niet bang bent voor kritiek. Daarbij is het handig als je goed tegen stress kunt.

Je kunt kok worden op een vmbo-school. Je leert er in twee jaar de beginselen van brood en banket, koken en serveren. Alle praktijklessen volg je in de schoolkeuken. Met een diploma kun je solliciteren als leerling-kok. Je kunt ook doorstuderen.

Een goede kok vindt het leuk om het eten mooi op te maken.

Voorbereiden en koken

De meeste koks werken in één van de 15 duizend restaurants in de horeca. Zo noem je alle hotels, restaurants en café's bij elkaar. Maar er werken ook koks in zo'n drieduizend instellingen. Bijvoorbeeld in een ziekenhuis of verzorgingshuis, een zorginstelling voor gehandicapten, een gevangenis of een internaat.

Als koks in een team werken, is de chef-kok de baas. Hij verdeelt de taken. Hij maakt een werkrooster en een werklijst. Hij werkt mee en geeft advies. Andere koks kunnen van hem leren. Een dag begint voor een kok met het voorbereiden van het eten. Maar als de gasten binnenkomen, staat hij aan het fornuis te koken, te braden en te bakken. Alle ingrediënten die hij nodig heeft, staan zo dichtbij mogelijk. Dat scheelt looptijd.

Een chef-kok bedenkt recepten en stelt de menukaart samen. In de betere restaurants werkt ook een sommelier. Hij weet veel over wijnen en vertelt de gasten welke wijnen van de wijnkaart goed passen bij de gerechten van de menukaart.

In een verzorgingshuis maken koks elke dag voor honderden mensen een warme maaltijd. Er is geen uitgebreide menukaart. Alles gaat er in het groot. De hoeveelheden zijn groot, maar ook de fornuizen, pollepels en pannen, die ketels heten. In één ketel wordt wel honderdvijftig liter soep of honderdvijftig kilo stamppot gemaakt. Stamppot wordt gestampt met een enorme, verrijdbare mixer.

Een instellingskok maakt grote porties.

Na het vmbo kun je verder leren op een roc voor de koksopleiding. Je leert er voor zelfstandig werkend kok in een restaurant of in een instelling. Je leert plannen en organiseren. En je leert hoe je leiding geeft. Met een diploma kun je ook als chef-kok gaan werken.

Als kok kun je je hele leven bijleren. Je kunt cursussen volgen en aan wedstrijden meedoen. Elk jaar zijn er bijvoorbeeld kampioenschappen voor horecakoks, voor horeca-chef-koks en voor koks in instellingen. Als een kok veel werkervaring heeft en een absolute topper is, kan hij de meesterproef doen. Dat is een soort examen. Daarvoor moet hij leiding geven aan een chique diner voor bijvoorbeeld tachtig mensen. Dat doet hij in het eigen bedrijf. Een commissie van vakmensen beoordeelt hem de hele dag.

In Nederland zijn ruim 50 duizend koks. Daarvan zijn er ruim honderd meester-kok. Ze leiden in hun bedrijf jonge koks op, geven cursussen en schrijven kookboeken. Sommige koks koken in televisieprogramma's.

Details en informatie

  • Titel: Zo word je kok
  • Auteur(s): Josée Gruwel
  • Nummer: IC220
  • Niveau: 3
  • Siso: J 627