Noordhoff Uitgevers

Zo word je leerkracht

Je weet vast wel wat een leerkracht doet. Bijna elke dag heb je ermee te maken. Een leerkracht geeft natuurlijk les. Maar wist je ook dat een leerkracht elke dag zijn lessen voor de volgende dag moet voorbereiden? En dat hij veel vergadert? Heb je je ooit afgevraagd hoe jouw meester of juf alle dingen weet die hij of zij vertelt? En heb je wel eens aan je leerkracht gevraagd hoe het is om iedere dag voor de klas te staan?
Een leerkracht geeft heel wat uren per week les. Soms geeft hij uitleg aan de hele groep of vertelt hij een spannend verhaal. Op andere momenten zijn de kinderen zelf aan het werk, alleen of in groepjes. Een leerkracht helpt kinderen die extra aandacht nodig hebben. En natuurlijk houdt hij ook in de gaten of leerlingen goed met elkaar omgaan.

Een leerkracht helpt een kind.

Duizendpoot

De leerkracht is de centrale figuur in de klas. Hij zorgt ervoor dat iedereen goed kan werken. Daarvoor moet hij rekening houden met verschillen tussen kinderen.
Elke leerkracht maakt een planning. Hij bedenkt dan welke lessen hij de komende tijd gaat geven en welke materialen hij daarbij wil gebruiken.
Bij veel lessen geeft de leerkracht eerst instructie. Daarna werken de kinderen een tijdje zelfstandig en loopt de leerkracht rond om hulp te geven. De leerkracht bespreekt regelmatig met de intern begeleider hoe een kind het best geholpen kan worden. De intern begeleider van de school is verantwoordelijk voor kinderen die extra zorg nodig hebben.
Een leerkracht geeft les in de vakken rekenen, taal, aardrijkskunde, geschiedenis, natuur, geestelijke stromingen, tekenen en handvaardigheid, muziek en sociale redzaamheid. Gymlessen worden vaak door een vakleerkracht gegeven. Die is daar speciaal voor opgeleid.
Gelukkig hoeft een leerkracht de leerstof niet allemaal zelf te bedenken. Hij maakt gebruik van lesmethoden met een handleiding. In een handleiding staan instructies voor de leerkracht, extra lesstof, en toetsen. Een leerkracht heeft ook een opvoedkundige taak. Hij bekijkt hoe de kinderen zich gedragen en hoe ze omgaan met anderen.

Lessen voorbereiden.

Als de kinderen om drie uur naar huis gaan, is de leerkracht nog niet klaar met zijn werk. Vaak heeft hij dan een oudergesprek. Ook moet hij werk nakijken en zijn lessen voor de volgende dag voorbereiden. Als de leerlingen een toets hebben gemaakt, moet hij de resultaten noteren. Een leerkracht vergadert vaak met de collega's. Ze bespreken dan hun leerlingen en allerlei zaken die van belang zijn voor de school. Daarnaast volgen leerkrachten regelmatig cursussen, bijvoorbeeld over het schrijfonderwijs of over pesten op school.
Als je leerkracht op een basisschool wilt worden, moet je naar de pabo. Daar kun je naartoe met een diploma van de havo of het vwo. De pabo duurt vier jaar. Al in het eerste studiejaar ga je stage lopen op een basisschool. Je leert namelijk het vlugst als je ziet hoe je mentor, een ervaren meester of juf, het doet. En ook door zelf les te geven, natuurlijk. Zo kom je er al snel achter of je inderdaad leerkracht wilt worden en of je geschikt bent voor dit beroep.

Details en informatie

  • Titel: Zo word je leerkracht
  • Auteur(s): Petra Cremers
  • Nummer: IC223
  • Niveau: 3
  • Siso: J 473