Noordhoff Uitgevers

Zo word je politieagent

Sommige mensen gaan bij de politie werken, omdat ze het spannend vinden om met sirenes en zwaailichten rond te rijden. Maar een agent moet heel wat meer doen. De politie heeft vier taken: misdaad oplossen, hulpverlenen, zorgen voor rust in de openbare ruimte, en problemen voorkomen. Om vervelende dingen te voorkomen, geeft de politie allerlei tips. Bijvoorbeeld je deuren én ramen op slot doen als je weggaat. Of ervoor zorgen dat je goed licht op je fiets hebt.
Je moet niet alleen deze taken goed kunnen doen, als je politieagent wilt worden. Het is ook erg belangrijk dat je niet gauw bang bent. En dat je rustig kunt blijven, zelfs als je bedreigd wordt. Je moet niet alleen goed met verschillende mensen kunnen omgaan, maar ook met nare situaties. Denk maar eens aan een verkeersongeluk of schietpartijen waarbij doden vallen.

Bij een zwaar verkeersongeluk krijg je te maken met heel nare dingen. Daar moet je wel tegen kunnen. Politieagenten werken dan samen met medewerkers van de brandweer en de ambulance.

Politieschool

Ondanks alle nare dingen vinden agenten hun beroep erg zinvol. Het geeft voldoening om mensen te kunnen helpen. In veel gevallen moet er snel hulp geboden worden of worden opgetreden. Daarom hebben agenten veel spullen bij zich: een portofoon, een pistool, pepperspray en handboeien. En in een speciale broekzak hebben ze een wapenstok. Als agent moet je een goede conditie hebben, want met al die zware spullen moet je ook nog een sprintje kunnen trekken. Iedereen die naar de politieschool wil, krijgt daarom eerst een sporttest.
Je mag naar een politieschool als je achttien jaar bent. Eerst doe je dan verschillende testen waaruit blijkt of je geschikt bent. Een psycholoog (zeg: psiegoloog) kijkt of jouw karakter bij de politie past. Op de politieschool leer je schieten, maar ook hoe je iemand moet aanhouden of moet reanimeren.

Op de politieschool leer je ook omgaan met het dienstwapen of pistool. Dat doe je op de schietbaan. Je moet leren hoe het wapen werkt en hoe je gericht leert schieten.

Specialisten en andere beroepen

Niet iedere politiemedewerker die je op straat ziet, doet hetzelfde werk. Er zijn agenten met speciale taken die je pas mag doen als je al paar jaar bij de politie hebt gewerkt. Je kunt bijvoorbeeld bij de mobiele eenheid gaan. Een heel ander beroep bij de politie is technisch rechercheur (zeg: reesjersjeur). Je doet dan bijvoorbeeld onderzoek naar een woninginbraak. Vingerafdrukken of bloedspatten kunnen aantonen of iemand schuldig is of niet.
Bij de verkeerspolitie heb je weer heel andere taken. Dan controleer je of mensen bijvoorbeeld te hard rijden. Of je houdt alcoholcontroles.
Je kunt ook samenwerken met de politie. Je bent dan zelf geen agent, maar toezichthouder. Bij sommige overtredingen mag je zelf bekeuringen geven.
Je kunt ook bij de Koninklijke Marechaussee (zeg: marrusjoosee) gaan werken. Dat doe je bijvoorbeeld op Schiphol, waar je mensen controleert op het smokkelen van drugs. Soms help je de politie bij het oprollen van criminele bendes die in verschillende landen werken.
Het is ook mogelijk om een heel ander beroep te kiezen en daarnaast politievrijwilliger te worden. Je mag dan gratis de politieopleiding volgen en draagt hetzelfde uniform als de politie. Een pistool krijg je dan niet, maar wel handboeien, pepperspray en een wapenstok. Ook hiervoor moet je minimaal achttien jaar zijn.

Details en informatie

  • Titel: Zo word je politieagent
  • Auteur(s): Kim Nelissen
  • Nummer: IC288
  • Niveau: 3
  • Siso: J 395.74