Noordhoff Uitgevers

Zo word je professor

Een professor heeft verschillenden taken. In de eerste plaats is dat lesgeven aan de studenten van de universiteit. Omdat hij de belangrijkste leraar of docent is, is hij hoogleraar. Een hoogleraar houdt zich ook bezig met wetenschap. Daarbij hoort onderzoek dat nodig is om kennis te vergroten. Een hoogleraar geeft bijna altijd leiding aan een afdeling van een faculteit. Zijn medewerkers bestaan uit docenten, hoofddocenten of onderzoekers. Maar ook hoogleraren die ergens anders hun hoofdberoep hebben, bijvoorbeeld in een bedrijf. Samen doen ze onderzoek om meer te weten te komen over hun vak. En om ontdekkingen te doen. Een professor werkt vaak samen met collega’s uit binnen- en buitenland. Daarnaast geven professoren regelmatig interviews op televisie of voor de krant. Ze vertellen dan over hun onderzoek of over het resultaat dat ze behaald hebben. Of over de ontdekking die ze gedaan hebben.


Op belangrijke dagen op de universiteit dragen hoogleraren hun toga en baret. Bijvoorbeeld aan het begin van een studiejaar. Dan vindt een bijzondere bijeenkomst plaats: de opening van het academisch jaar.

Wetenschappelijk onderzoek


Een hoogleraar wordt benoemd door de universiteit. Op dat moment mag je hem professor noemen. Bij zijn benoeming krijgt hij een leerstoel. Dat is meestal een opdracht om onderzoek te doen dat aansluit bij de faculteit waar hij werkt, bijvoorbeeld de faculteit geneeskunde. Dit wetenschappelijk onderzoek dient om kennis te vergroten. Er gelden strenge eisen voor. Het is heel belangrijk dat andere wetenschappers een onderzoek kunnen herhalen. Want als iemand jouw onderzoek kan herhalen, kan hij controleren of je geen fout hebt gemaakt. Samen met zijn medewerkers bedenkt de hoogleraar een onderzoek. En hij houdt goed in de gaten of het onderzoek juist wordt uitgevoerd.
Een hoogleraar aan een technische universiteit heeft vaak een laboratorium nodig om proeven te doen. Een professor in de geschiedenis of een rechtsgeleerde heeft dat natuurlijk niet nodig.


In dit laboratorium wordt onderzoek gedaan naar bloed. Bijvoorbeeld hoe uit bloed medicijnen kunnen worden gemaakt. Het lab is brandschoon en medewerkers dragen speciale kleding, want hygiëne is heel belangrijk.

Hoe word je professor?


Als je later professor wilt worden is het handig als je als kind al veel belangstelling hebt voor een bepaald onderwerp. Misschien vind je het bijvoorbeeld leuk om scheikundeproefjes te doen. Een goede eigenschap om wetenschapper te worden is nieuwsgierigheid. Dan wil je graag nieuwe dingen te weten komen. En je mag ook best een beetje eigenwijs zijn. En creatief, want als wetenschapper moet je goed nieuwe dingen kunnen bedenken. Ook moet je goed kunnen vertellen wat je hebt ontdekt. Als je het leuk vindt om een spreekbeurt te houden, dan zit je al op de goede weg. En als je goed bent in sommen maken, dan is wiskundige misschien iets voor jou. 
De snelste weg om naar de universiteit te gaan is het vwo, het voortgezet wetenschappelijk onderwijs. Na drie jaar universiteit, kun je een master doen, dat betekent dat je nog één of twee jaar studeert om je diploma te halen. Heb je eenmaal je master, dan kun je gaan promoveren. Je doet onderzoek en dat rond je af met een proefschrift. Vind je wetenschappelijk onderzoek erg leuk, dan kun je nog verder onderzoek doen, bijvoorbeeld in het buitenland.
Behalve de universiteit kun je ook op andere plaatsen onderzoek doen. Bijvoorbeeld in de farmaceutische industrie. Of bij een onderzoeksinstituut, zoals het KNMI. Je kunt ook in een laboratorium gaan werken.

Details en informatie

  • Titel: Zo word je professor
  • Auteur(s): Petra Cremers
  • Nummer: 7
  • Niveau: 4
  • Siso: J 489