Noordhoff Uitgevers

Zo word je treinmachinist

Houd jij van afwisselend werk met een beetje spanning? En vind je treinen een leuk vervoermiddel? Dan is het beroep van machinist iets voor jou. Jij zorgt er dan voor dat iedere dag duizenden passagiers veilig met de trein kunnen reizen. En dat iedereen op tijd aankomt. Je werkt niet alleen overdag, maar ook 's avonds of 's nachts. Het is verantwoordelijk werk, waarbij je alle seinen en signalen voortdurend goed in de gaten moet houden.
Als machinist moet je ertegen kunnen om de hele reis alleen in de cabine te zitten. Maar je werkt wel samen in een team. Bijvoorbeeld met de knooppunt-coördinator. Hij is verantwoordelijk voor het vertrek en de aankomst van de treinen. En natuurlijk heb je ook contact met de conducteur. Een goede samenwerking is heel belangrijk. Anders vertrekken treinen te laat en kunnen er ongelukken gebeuren.

Treinmachinist zijn is verantwoordelijk werk. Je moet mensen veilig van A naar B brengen.

Een werkdag

Annelies van Manen is machinist. 's Morgens gaat ze al vroeg naar het Centraal Station in Utrecht. Daar heeft de conducteur al gecontroleerd of de schoonmakers hun werk goed hebben gedaan. Na een kopje koffie in het personeelsrestaurant, meldt Annelies zich bij de knooppunt-coördinator. Ze bestudeert het dagschema en de lijst met treinen die ze die dag moet rijden. Ook bekijkt ze in haar zakcomputer of er bijvoorbeeld snelheidsbeperkingen zijn. Daarna stapt Annelies in de trein die klaarstaat. Ze controleert eerst de remmen. Daarna wacht ze tot de conducteur op zijn fluitje blaast en de groene lamp in de cabine brandt. Die lamp brandt als alle deuren gesloten zijn. Dan gaat Annelies op weg. Ze trekt rustig op, want dat bespaart veel energie. Onderweg let ze goed op de seinen, de toegestane snelheid en op de tijd. Ook houdt ze in de gaten of de overwegen goed werken en of ze iets vreemds ziet op het baanvak van de tegemoetkomende trein. Verder hoeft ze alleen maar op te trekken, te remmen en te stoppen. Sturen is niet nodig. De railverkeersleider regelt via een computer over welk sporen de treinen gaan.
Annelies mag op elk traject in Nederland rijden. Voordat je op een traject mag rijden, moet je examen doen. Daarvoor moet je precies weten welke seinen, wissels, spoorwegovergangen en stations er op die route zijn.
Onderweg ziet Annelies dat een sein op rood staat. In haar railpocket leest ze dat er ergens op haar route een bovenleiding kapot is. De passagiers moeten verder met een bus en Annelies moet de trein terug naar Utrecht rijden. De dienstregeling wordt helemaal veranderd.
Aan het eind van de dag praat Annelies in het restaurant nog even met collega's na over de kapotte bovenleiding.

Het personeel van de NS noemt zichzelf ook wel de spoorwegfamilie. Of ze nou conducteur zijn of ander werk doen, ze staan altijd voor elkaar klaar en werken goed samen.

Opleiding

Op alle grote stations is een opleidingscentrum voor treinmachinisten. Om toegelaten te worden moet je een vmbo-opleiding met wiskunde en/of techniek hebben afgerond. Eerst krijg je een uitgebreide medische en psychologische keuring. De opleiding zelf duurt niet lang, maar je blijft wel je leven lang leren omdat er bij de spoorwegen steeds veel verandert.
De theoretische opleiding duurt vijf maanden. Je oefent dan ook met de treinsimulator, die het traject nabootst. Wanneer je geslaagd bent voor je theorie- en je praktijkexamen, mag je op een paar baanvakken gaan rijden. Na enkele maanden mag je ook op andere trajecten rijden, als je daarvoor examen hebt gedaan.

 

Details en informatie

  • Titel: Zo word je treinmachinist
  • Auteur(s): Hendrik Kouwenberg
  • Nummer: IC281
  • Niveau: 3
  • Siso: J 657.82