Noordhoff Uitgevers

Zo wordt een huis gebouwd (Junior)

Voordat bouwvakkers aan het werk gaan om een huis te bouwen, moet er van alles gebeuren. De gemeente moet het goed vinden. Zij bepalen welke grond in hun gebied bebouwd mag worden. De meeste huizen die worden gebouwd, zijn rijtjeshuizen. Er staan dan vier of meer huizen in een rij. In een stad is de grond duur. Daarom staan er veel flats (zeg: flets). Dat zijn hoge gebouwen. De woningen zijn als het ware op elkaar gestapeld. In heel grote steden, zoals bijvoorbeeld New York, heb je flats met wel meer dan zeventig lagen woningen boven op elkaar. Deze flats zijn zo hoog, dat ze wolkenkrabbers worden genoemd.


Elk jaar worden er Nederland ongeveer 40 duizend nieuwe huizen gebouwd.

De bouw

Het nieuwe huis komt op een fundering te staan. Dat is een stevige ondergrond. Daarna wordt de vloer voor de begane grond gemaakt. Dat is het deel van het huis dat je beneden noemt. In veel huizen worden de vloer en muren in een fabriek of werkplaats gemaakt. Dat heet prefab (zeg: priefep). Het zijn kant-en-klare onderdelen die op vrachtwagens naar de bouwplaats worden gereden. Daar worden ze op hun plek gezet. Voor het dak is een hijskraan nodig. Werken op een terrein waar gebouwd wordt, kan gevaarlijk zijn. De mensen op de bouwplaats dragen daarom allemaal een veiligheidshelm en veiligheidsschoenen. Dat zijn heel stevige schoenen. Als een bouwvakker per ongeluk een baksteen op zijn voet krijgt, doet dat geen pijn. Rondom de huizen in aanbouw staan steigers. Dat zijn stalen buizen met houten planken erop. Hier kunnen de bouwvakkers veilig werken aan de hogere delen van het huis.


Hier wordt de fundering gemaakt.

Afmaken

Als de muren staan en de ramen, deuren en het dak geplaatst zijn, lijkt het huis af. Maar dan moet er aan de binnenkant nog veel gebeuren. Er is nog geen keuken en geen toilet en er zijn nog geen stopcontacten. De aannemer regelt dat meestal. Hij bestelt de benodigde materialen en zorgt dat ze geplaatst worden. De timmerman plaatst de trap en de deuren. De stukadoor smeert een dun laagje gips op de muren en de plafonds. De nieuwe bewoners kunnen de muren daarna zelf verven of behangen. Als alles helemaal klaar is, wordt het huis opgeleverd. De aannemer loopt dan met de bewoners een rondje door het huis. Er kunnen best wat dingen fout gaan bij de bouw van een huis. De aannemer noteert de fouten en zorgt dat ze hersteld worden.  Daarna krijgen de bewoners de sleutel. Ze kunnen hun verhuizing gaan regelen.


Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 39 Zo wordt een huis gebouwd.

Details en informatie

  • Titel: Zo wordt een huis gebouwd (Junior)
  • Auteur(s): Ingrid Nijkamp
  • Nummer: 39
  • Niveau: 3
  • Siso: 694