Noordhoff Uitgevers

Zout

Mensen hebben zout nodig. Zonder zout kun je zelfs doodgaan. Een volwassen mens heeft per dag een afgestreken eetlepel zout nodig. Dat is negen gram. Voor kinderen is de helft genoeg. Als je gezond eet, krijg je genoeg zout binnen. Als je meer binnen krijgt, is dat niet heel erg. Je nieren zorgen ervoor dat het teveel aan zout met je plas uit je lichaam gaat. Als je te weinig zout in je lichaam hebt, voel je je slap en moe. Bijvoorbeeld als je flink gezweet hebt en weinig gedronken. Als je dan iets zouts eet, voel je je weer beter.

Je lichaam heeft zout nodig. Er zijn verschillende soorten.

Strooien maar

In groente zit geen zout, daarom smaakt het soms wat flauw. Met zout kun je eten wat smakelijker maken. Je kunt zout meekoken of het later over je eten strooien. Zout voor het eten is wit. In de fabriek is het schoongemaakt. Zeezout is grof en heeft grote korrels. Die kun je fijnmalen met een zoutmolen. Tafelzout is fijn, dat kun je makkelijk strooien tussen je vingers. Sommige mensen mogen geen zout hebben. Ze eten zoutloos, omdat dat beter is voor hun gezondheid. Ze kunnen wel kruiden gebruiken, om hun eten wat lekkerder te maken.
Als de wegen in de winter glad zijn, kun je ook zout strooien. Dan smelt de sneeuw en glijd je niet uit.

In zeewater zit heel veel zout, je kunt er wel dertig gram per liter uit winnen. Door het water te laten verdampen, blijft het zout over. De Chinezen kookten zeewater, de Romeinen lieten de zon het werk doen. Ze pompten het zeewater in zoutpannen. Het waren ondiepe meertjes. Als de zon het water had verdampt, waren er zoutkristallen ontstaan. Die schepten ze dan van de bodem. Zo gebeurt het nog steeds in de landen rond de Middellandse Zee. Ze hebben daar meerderde zoutpannen achter elkaar gebouwd die steeds iets ondieper worden. Het water wordt van de ene naar de andere zoutpan gepompt. Aan het einde wordt er geoogst, het zout wordt uit de zoutpan geschept.

Zout winnen uit zoutpannen kan alleen in landen die aan zee liggen en waar de zon veel schijnt.

Zout zit ook in de grond. In de buurt van Hengelo in Overijssel kun je zouthuisjes zien. Vanuit zo'n huisje gaat een dikke buis de bodem in. In de buis zit een dunnere buis. Door de dikke buis wordt water naar beneden gepompt. Door de dunne buis komt pekel naar boven, dat is water met zout vermengd. Boven wordt het zout uit het pekelwater gehaald. Dat doen machines. Er zijn ook machines om het zout daarna schoon te maken. Raffineren heet dat. Daarna wordt het zout droog gemaakt. Daarna kun je het gebruiken.

Details en informatie

  • Titel: Zout
  • Auteur(s): Lien van Horen
  • Nummer: JC187
  • Niveau: 1
  • Siso: J 678.5