Noordhoff Uitgevers

Zwanen

Een zwaan is een sierlijke grote vogel. Je ziet hem meestal in het water. Maar ze kunnen ook vliegen. Het is alleen voor een zwaan niet gemakkelijk om met dat zware lijf de lucht in te komen. Daar heeft hij iets op gevonden. Hij stijgt op vanaf het water. Eerst slaat hij snel met zijn vleugels op en neer. Dan rent hij over het water. Als hij genoeg vaart heeft gemaakt, komt hij los van het water. Hij trekt zijn poten in en stopt ze onder zijn staartveren. Een vliegende zwaan houdt zijn lange hals helemaal recht. Wil de zwaan landen, dan zoekt hij het water weer op. Hij gaat eerst laag vliegen en als hij laag genoeg is, strekt hij zijn poten voor zich uit en spant zijn vleugels. Zo remt hij af. Ligt de zwaan weer stil, dan vouwt hij zijn vleugels in en glijdt hij rustig verder over het water. 

Een zwaan weegt zo’n twaalf kilo. Daarom kost het moeite om de lucht in te komen.

Soorten zwanen

Een zwaan is familie van de gans en de eend. Het zijn allemaal zwemvogels met een groot lichaam, korte poten en een lange hals. Zwemvogels hebben een brede, platte snavel. Ze kunnen er goed waterplanten en gras mee eten. De poten van een zwemvogel staan ver uit elkaar en ver naar achteren. Dat maakt de zwemvogel op het land een beetje onhandig. Hij waggelt als hij loopt. 
In de hele wereld komen zeven soorten zwanen voor. In Nederland leven drie soorten. Dat zijn de knobbelzwaan, de wilde zwaan en de kleine zwaan. De wilde en de kleine zwaan zijn hier alleen in de winter. Het zijn trekvogels. Ze leven in de zomer in Scandinavië en Rusland. Als het daar kouder wordt, vliegen ze naar warmere gebieden om te overwinteren, onder andere in Nederland. 
De knobbelzwaan leeft altijd in Nederland. Het is een standvogel
Zwanen zijn planteneters. Een knobbelzwaan eet wel vier kilo planten per dag. Hij eet graag waterplanten die op de bodem van een sloot of plas groeien. Met zijn lange hals kan hij bijna een meter diep in het water komen. In de winter als er ijs op sloten en plassen ligt, eet de zwaan gras. Dat lust hij ook.

Dit zijn knobbelzwanen. Ze zoeken onder water naar planten.

Jonge zwaantjes

Als een mannetjeszwaan vier jaar oud is, gaat hij op zoek naar een vrouwtje. Zijn ze eenmaal samen, dan blijven ze hun leven lang bij elkaar. Elk voorjaar legt het vrouwtje vijf tot zeven eieren. Zwanen zijn rustige dieren, maar als ze een nest hebben, kunnen ze gevaarlijk zijn. Ze verdedigen hun nest door te sissen en met hun vleugels te slaan. Een zwaan kan een volwassen man een gebroken arm slaan, zoveel kracht heeft hij in zijn vleugels. Oppassen dus!
Na vijf weken broeden, komen de eieren uit. De kuikens kunnen direct al zien. En na een dag kunnen ze zwemmen en hun eigen eten zoeken. Ze blijven de eerste paar weken wel dicht bij hun moeder in de buurt. En ze slapen ’s nachts lekker warm onder haar vleugels. Er zijn heel wat gevaren voor jonge zwaantjes. Ze zijn een lekkere prooi voor roofvogels, reigers en snoeken. Uit een nest van vijf tot zeven kuikens, wordt er vaak maar één volwassen. Als de jongen een half jaar oud zijn, kunnen ze helemaal voor zichzelf zorgen. De ouders jagen ze dan weg. In het voorjaar beginnen zij weer een nieuw nest. Jonge zwanen leven vaak in grote groepen. Als ze oud genoeg zijn, gaan de mannetjes op zoek naar een vrouwtje. 


Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 1 Zwanen.

Details en informatie

  • Titel: Zwanen
  • Auteur(s): Ingrid Nijkamp
  • Nummer: 1
  • Niveau: 1
  • Siso: J 598.8