Noordhoff Uitgevers

Vikingen

Mannen met woeste baarden die plunderend door de stad trekken. Dat is het beeld dat veel mensen van vikingen hebben. Dit beeld klopt wel een beetje. Erg beleefd en fijnzinnig waren de vikingen niet.
Vikingen worden ook wel Noormannen genoemd. Waar kwamen zij vandaan? Daarvoor moeten we terug naar rond het jaar 800. Toen leefde in Noorwegen, Zweden en Denemarken één volk, de vikingen. Met één taal: het Oudnoors. De meeste vikingen waren boeren die leefden van de landbouw, de visvangst en de jacht. Het ging die boeren goed, ze waren gezond en oersterk. Er werden veel kinderen geboren. Maar op een zeker moment was er te weinig land voor iedereen om van te leven. Veel mannen trokken toen naar zee om handel te drijven. Ze bezochten steden die ze nog niet kenden. En al snel ontdekten ze dat het gemakkelijker was om spullen te roven.

Vikingen bouwden de snelste en sterkste schepen van hun tijd. Ze voeren er zelfs mee naar Canada.

Een roofzuchtig volk

Natuurlijk hadden de vikingen ook vrouwen en kinderen. Zij bleven thuis als de mannen de zee op gingen. Ze leefden in grote houten boerderijen die met turf bedekt waren tegen de kou. Binnen stond vaak een weefgetouw. Daarmee maakten de vrouwen kleren voor het hele gezin.
Niet alle vikingen waren boer of rover. Er waren ook krijgers en ambachtslieden, zoals timmerlui. Elk gebied had een eigen koning en boven deze koning stond weer een belangrijkere koning.
Boeren die rijk genoeg waren, hadden behalve vrouwen en kinderen nog andere bewoners in huis: slaven. Meestal waren dat mensen die ze hadden meegenomen uit een ver land. Slaven hadden geen enkel recht, ze waren net zoveel waard als een hond of een paard. Ze moesten de vuile werkjes opknappen voor hun meester. Ging een meester dood, dan werden zijn slaven ook gedood. Zo zouden ze samen naar het walhalla gaan, de vikinghemel.

Vanuit Scandinavië voeren de vikingen naar verder gelegen streken. Naar IJsland, Groenland en het noorden van Engeland. Naar Schotland en Ierland, Italië en Turkije. Ze plunderden en roofden maar door. Zijde, vruchten, wijn en sieraden, van alles namen ze mee. Zelfs gouden bekers en kandelaars uit kerken. Hoe langer het duurde, hoe rijker de Vikingen werden.
Ook ons land sloegen de vikingen niet over. Wijk bij Duurstede heette toen nog Dorestad. De stad lag aan een kruispunt van rivieren. Dat was handig voor de Vikingen. Ze kwamen vier keer per jaar langs Dorestad om zich uit te leven. De laatste plundering was in 863. Toen was de stad leeggeplunderd.
En hoe denk je dat de Franse provincie Normandië aan haar naam komt? Door de Noormannen! Die zijn daar gaan wonen en speelden er de baas. In het jaar 911 had de Franse koning Karel de Domme een slim plan. 'Jullie mogen dit gebied regeren', zei hij tegen de vikingen, 'als jullie er maar voor zorgen dat de rest van Frankrijk met rust gelaten wordt.'

Veel van de huidige inwoners van Normandië aan de Noord-Franse kust, hebben nog een klein beetje vikingbloed.

De vikingen hadden zich tussen 800 en 1100 langzamerhand verspreid over verschillende landen van Europa. Ze vermengden zich met de mensen die altijd al in de streken gewoond hadden. Ze trouwden met vrouwen uit de plaatselijke bevolking en kregen kinderen. De volbloed-viking bestaat niet meer.

In gezonken schepen zijn veel vikingvoorwerpen teruggevonden. Je kunt ze bekijken in musea in Noorwegen, Zweden of Denemarken.

Details en informatie

  • Titel: Vikingen
  • Auteur(s): Jeanne Tervoort
  • Nummer: IC079
  • Niveau: 3
  • Siso: J 925.5