Noordhoff Uitgevers

Ik heb astma

De meeste mensen hoeven niet na te denken over ademhalen. Het gaat vanzelf. Voor mensen met astma is ademhalen soms moeilijk. Ademhalen doe je met je longen. De lucht gaat daar via je neus of mond door je luchtpijp naartoe. De luchtpijp splitst zich in twee buizen, en die weer in steeds dunnere buisjes. Deze dunne buisjes zijn de bronchiën (zeg: bron-gie-jen) of luchtwegen. Aan het eind daarvan zitten de longblaasjes. In de longblaasjes gaat de zuurstof uit je adem naar je bloed. Het bloed brengt de zuurstof naar alle delen van je lichaam. Daardoor kun je functioneren. Bij mensen met astma zijn de bronchiën heel snel geïrriteerd en ontstoken. Daardoor kunnen ze het benauwd krijgen en gaan hoesten.

Door medicijnen heb je minder last van astma.

Prikkels

De bronchiën kunnen gaan ontsteken door prikkels. Er kan dan nog maar weinig lucht doorheen. Allerlei stoffen of dingen kunnen prikkels zijn: haren van huisdieren, stuifmeel, sigarettenrook, parfum en zelfs vochtige lucht. Of de huismijt, een piepklein diertje dat leeft van huidschilfers en overal in huis te vinden is.
Als je veel hoest of vaak benauwd bent, zal de huisarts naar je longen luisteren. Ben je niet gewoon verkouden, dan stuurt hij je door naar een kinderarts of longarts in het ziekenhuis. Na wat tests kan dan duidelijk worden of je astma hebt of niet.

Als je astma hebt, kun je het benauwd krijgen van allerlei prikkels.

Astma kan niet genezen worden. Er zijn gelukkig wel medicijnen die de klachten tegenhouden of verminderen. De medicijnen zijn in twee soorten te verdelen: luchtwegverwijders en ontstekingsremmers. Het medicijn dat je nodig hebt, adem je in door een inhalator. Het komt dan diep in de longen terecht. Een ander 'medicijn' tegen astma is gezond leven. Sporten is goed voor mensen met astma. Hun conditie wordt er beter van. Ze worden fitter en de spieren worden sterker. Ook krijgen ze meer controle over hun ademhaling. Dat geeft zelfvertrouwen, waardoor ze meestal minder last van hun ziekte hebben.

Astmaklachten worden minder als je de prikkels weghaalt. Huismijt leeft graag in bedden. Als je speciale hoezen om je matras, dekbed en kussen doet, blijven deze kleine diertjes weg. Veel astmapatiënten zijn allergisch voor stof. Het is dus belangrijk om vaak schoon te maken en te stofzuigen. Dikke vloerbedekking is niet slim, want daar blijft veel stof in zitten. In ruimtes waar gerookt wordt, kunnen astmapatiënten ook maar beter niet komen. En als je allergisch bent voor je eigen huisdieren, zit er maar één ding op: een nieuw huis voor ze zoeken.

Details en informatie

  • Titel: Ik heb astma
  • Auteur(s): Lonneke Snijder
  • Nummer: IC235
  • Niveau: 4
  • Siso: J 902.2