Noordhoff Uitgevers

Slapen

Het is wel eens vervelend om te moeten slapen. Het is mooi weer, de grote mensen zitten nog lekker buiten en jij moet naar bed. Maar slapen is belangrijk: je kunt niet zonder slaap. Het is net zo belangrijk voor mensen als eten en drinken. Tijdens de slaap maakt het lichaam groeihormonen. Je kunt wel raden dat die ervoor zorgen dat je groeit. Slaap is ook belangrijk omdat je hersenen ervan uitrusten. En je kunt de prikkels van de dag verwerken. Die prikkels worden omgezet in dromen. Ben je overdag op schoolreisje geweest? Dan is er een grote kans dat je daar 's nachts over droomt. Per nacht droom je vijf of zes keer. Maar meestal kun je alleen de laatste droom onthouden.

Tijdens je slaap bergen je hersenen alle indrukken van de dag op.

Veel of weinig slaap

Niet iedereen heeft evenveel slaap nodig. Baby's slapen wel zestien uur op een dag. Oude mensen hebben soms genoeg aan zes uur. En ook onderling zijn er verschillen. Misschien heeft je vader negen uur slaap nodig en je moeder maar zeven. Dat heeft te maken met hun biologische klok. Ieder mens heeft zo'n 'klok' in zijn hersenen. De biologische klok geeft aan hoeveel slaap je nodig hebt en wat je ritme is. Sommige mensen staan laat op en gaan laat naar bed. Anderen staan vroeg op en gaan vroeg naar bed. Die eerste groep mensen noemen we avondmensen, de tweede groep ochtendmensen.

Het is niet erg als je eens minder slaap krijgt dan je nodig hebt. Het kan zo uitkomen dat je een keer laat naar bed gaat. Als je de volgende nacht goed slaapt, herstelt je lichaam zich weer. Maar mensen met een slaapstoornis hebben echt een probleem. Als je niet genoeg slaapt, rusten je hersenen niet goed uit. Je doet de dingen die je moet doen langzamer dan anders. En je kunt je aandacht op school niet goed bij de les houden. Je bent ook prikkelbaarder dan anders: je wordt sneller boos. Kinderen die heel lang niet goed slapen, groeien minder goed. Dat komt doordat het lichaam geen groeihormonen maakt. Genoeg en goed slapen is dus ontzettend belangrijk.

In 1964 probeerde een Amerikaanse jongen zo lang mogelijk wakker te blijven. Hij sliep toen elf dagen en nachten niet. Uiteindelijk viel hij gewoon om.

Omdat slaap zo belangrijk is, is er veel onderzoek naar gedaan. Dat is niet makkelijk, want aan iemand die slaapt, kun je niets vragen. En iemand die praat, kan niet slapen. Daarom gebeurt onderzoek naar slapen in een slaaplaboratorium. Dat is een ruimte waar mensen komen slapen. Onderzoekers meten bij de slapende mensen hoe het is met hun hartslag, ademhaling, bloeddruk en temperatuur. En er wordt een filmpje van de hersengolven gemaakt. Zo'n filmpje heet een EEG. De onderzoekers kunnen erop zien hoe actief de hersenen zijn tijdens de slaap. Een videocamera neemt de bewegingen van de slapers op. Per nacht draai je je heel vaak om. Door slaaponderzoek kunnen goede slapers en slechte slapers met elkaar worden vergeleken.

Details en informatie

  • Titel: Slapen
  • Auteur(s): Marjon Sarneel
  • Nummer: JC137
  • Niveau: 1
  • Siso: J 415.5