Noordhoff Uitgevers

Zo leefden de Romeinen

'Rare jongens, die Romeinen.' Ken je deze uitdrukking? Hij komt uit de boeken over Asterix en Obelix. Daarin staan verzonnen verhalen over de Romeinen. De Romeinen proberen het dorpje te veroveren van een groepje Galliërs.
Romeinen en Galliërs hebben echt bestaan. De Romeinen leefden ongeveer 2000 jaar geleden. Ze kwamen uit Italië. Dat land heette toen nog geen Italië. Maar de hoofdstad heette toen al wel Rome. De naam Romeinen komt van Rome. In Rome regeerden keizers. De beroemdste keizer was Caesar. De keizers waren de baas over het land. Ze stuurden hun soldaten eropuit om Europa, het Midden-Oosten en Afrika te veroveren.

Rare jongens, die Romeinen.

Machtig

Door al die veroveringen was Rome heel rijk en machtig. Het was de mooiste en belangrijkste stad van de wereld. De Romeinen waren overal. Ook in Nederland. Ze veroverden ook in Nederland stukken land. De legerplaatsen die ze bouwden werden later steden. Nijmegen, Dordrecht, Utrecht zijn allemaal Romeinse plaatsen geweest.
De Romeinen namen mensen gevangen in de landen die ze hadden veroverd. Vaak werden die als slaven naar Rome gebracht. Daar werden ze verkocht op de markt. Rijke Romeinen hadden veel slaven. De slaven deden al het werk. Rijke mensen werkten niet. Ze bemoeiden zich met de regering of met het leger. Dan had je ook nog de burgers. Ook die moesten hard werken. Maar dat waren geen slaven. Ze waren vrij.
In hun vrije tijd gingen de Romeinen naar het theater. Daar waren voorstellingen of wedstrijden in de open lucht. Bijvoorbeeld in het Circus Maximus in Rome. Daar werden paardenraces gehouden. Vier paarden naast elkaar voor een kar moesten zeven rondjes rennen. Het ging erom welke paarden het hardst konden rennen.
In Rome was ook het Collosseum. Daar werden niet van die gezellige voorstellingen gegeven. Je kon daar naar vechten kijken. Dieren tegen dieren, dieren tegen mensen en mensen tegen mensen. Een leeuw tegen een tijger bijvoorbeeld. Of twee mannen tegen elkaar. Die mannen waren vaak gevangenen of slaven. Ze moesten van de keizer voor straf tegen elkaar vechten. Ze kregen daar wel eerst les in. Een gevecht stopte pas als een van de twee dood was.

Een deel van het Colloseum is nu nog te zien in Rome.

Romeinen gingen vaak naar het badhuis. Thermen noemden ze die. De slaven ook. Maar die gingen om er te werken. In het badhuis was het gezellig. De mensen zaten er uren. Vrouwen bij de vrouwen en mannen bij de mannen. De slaven zorgden dat het water lekker warm was.
Al dat water kwam uit de bergen. De Romeinen hadden daar een heel handig systeem voor bedacht. Door kanalen en goten stroomde het water naar de stad. De Romeinen bouwden ook aquaducten. Dat zijn bruggen waar water in een goot overheen liep. Zo kon het water ook over een dal naar de stad komen.

Le pont du Gard in Frankrijk. Het is een van de best bewaarde aquaducten uit de Romeinse tijd.

Details en informatie

  • Titel: Zo leefden de Romeinen
  • Auteur(s): Truus Visser-van den Brink
  • Nummer: JC019
  • Niveau: 2
  • Siso: J 923.4

Audio luisteren