Noordhoff Uitgevers

Egels

Een egel heeft een stekelvacht. Op zijn rug zitten lange, harde stekels. Het zijn er tussen de 7 en 8 duizend. Ze zijn heel scherp. De kleur is grijs-wit met in het midden donkerbruin. Waar geen stekels zitten, heeft de egel een vacht van stugge haren. Egels leven graag in struiken en onder heggen, in parken, tuinen en aan de bosrand. Een egel is een zoogdier. Jonge egels drinken melk bij hun moeder. Egels zijn ook roofdieren, want ze jagen op andere dieren. Egels zien niet zo goed, maar ze hebben wel een scherp gehoor. Ze kunnen zelfs een worm onder grond horen kruipen.


Mensen vinden egels er schattig uitzien. Dat komt door hun kraaloogjes.

’s Nachts op pad

Overdag slapen egels. Tegen de avond, als het langzaam donker wordt, krijgen ze honger. Tijd om eten te zoeken! Een egel is een nachtdier, hij blijft de hele nacht wakker. Meestal legt hij een vaste route af en die kan wel een paar kilometer lang zijn. Onderweg ruikt en luistert hij om te bepalen waar zijn prooi zich verstopt. Een egel is een carnivoor, een vleeseter. Hij lust graag wormen, slakken en insecten. In één nacht kan hij makkelijk veertig naaktslakken eten. Egels eten ook kikkers, hagedissen, adders en muizen. In de lente eten ze eieren en in de herfst fruit en paddenstoelen. Als ze dorst hebben, drinken ze uit slootjes, vijvers en regenplassen.
Egels hebben geen territorium. In zo’n gebied is één dier de baas en jaagt hij andere dieren weg. Als er genoeg voedsel is, kunnen in één gebied meerdere egels leven. In de wintermaanden is er niet genoeg voedsel voor egels. En ze kunnen niet goed tegen de kou. Daarom houden egels tussen november en maart een winterslaap.

Egels helpen

Er zijn tegenwoordig minder egels dan vroeger. Daarom zijn ze beschermde dieren
Je mag een egel niet als huisdier houden. In de natuur mag je er niet op jagen of zijn rust verstoren. In Nederland zijn ruim dertig opvangplekken voor egels. Als je een zieke of gewonde egel vindt, kun je hem naar zo’n egelopvang brengen. Ook baby-egels die geen moeder meer hebben, worden er verzorgd. De drukste tijd in de egelopvang is in het najaar. Dan worden de jongen geboren. Als de moeder ziek wordt of onder een auto komt, blijft het jong alleen achter. In de egelopvang krijgen ze eten en kunnen ze veilig groter worden. 
Een egel blijft niet voor altijd in de egelopvang. Als hij groot en sterk genoeg is, mag hij weer naar buiten. Hij gaat eerst wennen in een afgesloten tuin. Gaat dat goed, dan kan hij na een tijdje de vrije natuur weer in.


Een egeljong krijgt de fles.

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 35 Egels.

Details en informatie

  • Titel: Egels
  • Auteur(s): Darja de Wever
  • Nummer: 35
  • Niveau: 1
  • Siso: 598.99