Noordhoff Uitgevers

Elfstedentocht (Junior)

Als het in Nederland een tijdje hard vriest, hoor je vast en zeker het woord Elfstedentocht in gesprekken om je heen. Dat is een schaatstocht van 200 kilometer langs elf Friese steden. De tocht kan lang niet altijd doorgaan. Het ijs moet over de hele route 15 centimeter dik zijn. Er doen namelijk wel 16 duizend mensen aan de tocht mee. Het ijs moet veilig zijn. Soms zijn er wel wat stukjes slecht ijs. Bijvoorbeeld onder bruggen en bij sluizen. Daar moeten de schaatsers dan een stukje over land lopen. Ze houden hun schaatsen aan. Om die niet te beschadigen, zijn er matten en oude tapijten neergelegd. Zo lopen, met schaatsen aan, heet klunen


Een deskundige meet met een speciale stok of het ijs al dik genoeg is.

Regels en organisatie

Als de tocht doorgaat, mogen er 16 duizend schaatsers meedoen. Daar zijn wedstrijdrijders bij. Dat zijn getrainde schaatsers die meedoen om te winnen. Maar de meeste schaatsers zijn toerrijders. Zij doen mee voor hun plezier. Zij mogen heel lang over de 200 kilometer doen. Als ze maar voor ’s nachts twaalf uur over de finish zijn. Halen ze dat, dan krijgen ze het Elfstedenkruisje. Maar wie na twaalf uur aankomt, krijgt die zilveren medaille niet. Alle schaatsers moeten heel fit zijn. Want 200 kilometer schaatsen is niet niks. Een toerrijder doet er meestal tien uur over, en soms langer. De schaatsers oefenen veel op kunstijsbanen. Je weet nooit wanneer de Elfstedentocht komt. Je moet er elke winter klaar voor zijn. 

De tocht

’s Ochtends om half zes begint het allemaal. Dan starten de wedstrijdrijders. Daarna gaan de toerrijders op weg. Niet allemaal tegelijk: elk kwartier mag er een groep starten. De laatste groep vertrekt om half tien. Met borden is de route aangegeven. Er wordt op natuurijs geschaatst. Moeilijk, want dat is niet zo mooi glad als ijs op een kunstijsbaan. 
De wedstrijdrijders rijden de tocht meestal allemaal uit. Zij zijn jong en goed getraind. Sommige toerrijders hebben het zwaar. Veel mensen moeten onderweg afhaken omdat ze te moe, te koud, of gewond zijn. Dat vinden ze vreselijk, want ze hebben vaak jaren moeten wachten om deze tocht te kunnen rijden. Er zijn soms schaatsers die toch doorgaan, terwijl dat eigenlijk niet kan. In 1963 schaatste Tinus Udding de Elfstedentocht. Hij reed hem uit, maar een van zijn tenen was bevroren. Een deel van die teen is er in het ziekenhuis afgehaald. Je kunt dat stuk nu in het schaatsmuseum in Hindeloopen zien. 

Een groot feest

Als de Elfstedentocht gereden wordt, volgt heel Nederland de tocht. Veel mensen gaan naar Friesland toe. Ze staan langs de route en moedigen de schaatsers aan. De tocht is ook op televisie te zien, in 1997 voor het eerst helemaal. Vierhonderd medewerkers van de NOS werkten keihard om dat allemaal voor elkaar te krijgen. Er kwamen ook televisieploegen uit andere landen. In totaal maakten zo’n tweeduizend verslaggevers nieuwsberichten over de Elfstedentocht. 


Een cameraploeg filmt vanaf de motor. Voor de kijkers is het dan net of je zelf ook schaatst.

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 328 Elfstedentocht.

Details en informatie

  • Titel: Elfstedentocht (Junior)
  • Auteur(s): Marion de Graaff
  • Nummer: 328
  • Niveau: 2
  • Siso: J 618.11