Noordhoff Uitgevers

Goochelen

Een goocheltruc lijkt altijd net echt. Er verdwijnt ergens een muntje en op een hele andere plaats komt het weer tevoorschijn. Hoe kan dat? Dat wat je ziet gebeuren, heet het goocheleffect. Zo’n effect is dat iets verdwijnt. Of dat de goochelaar van één ding ineens tien dingen maakt. Of dat er iets verandert. Je hebt vast de truc wel eens gezien waarbij een goochelaar een duif in een hoed stopt en er even later een konijn uithaalt. Of dat hij iemand uit het publiek doorzaagt! Die dingen lijken allemaal echt, omdat de goochelaar slimme trucjes gebruikt. Soms heeft hij een geheime opbergzak in zijn jas. Of hij laat mensen verdwijnen door een geheime uitgang. Of hij zorgt ervoor dat zijn publiek op een belangrijk moment net even de verkeerde kant op kijkt. Daardoor zie je niet wat er gebeurt. Al die slimme trucjes van de goochelaar noem je samen de goocheltechniek.


Deze goochelaar treedt op voor een groep kinderen. Waar komt dat bosje bloemen vandaan?

Goochelen nu

Veel goochelaars hebben hun eigen specialiteit. Ze kunnen bijvoorbeeld goed goochelen met kaarten. Of ze doen vooral trucs die kinderen leuk vinden. Er zijn ook goochelaars die grote shows geven in het theater. De zaal zit dan vol publiek. Voor toneelgoochelen moet je een kaartje kopen. Veel goochelaars die in theaters optreden gebruiken special effects. Door een windmachine of een rookmachine te gebruiken, ziet een show er nog mooier en spannender uit. 
In ieder land houden mensen van andere goocheltrucs. In Amerika vinden ze veel show en spektakel leuk. Goochelaars zien er daar vaak uit als popsterren. Ze gebruiken grote kisten, swingende muziek en danseressen. Hoe groter en mooier de truc, hoe beter. In Rusland vinden mensen vrolijke verhalen en sprookjes van vroeger leuk. De goochelaars gebruiken die verhalen in hun voorstellingen. En hun trucs passen daarbij. Een Russische goochelaar ziet er vrolijk uit. Hij draagt gekleurde kleren en heeft soms rode rondjes op zijn wangen geverfd.

Hoe word je goochelaar?

Iedereen kan leren goochelen. Een goed begin is om een goocheldoos in de speelgoedwinkel te kopen. Er zitten gemakkelijke trucs in met een uitleg erbij. Er zijn ook boeken, dvd’s en websites over goochelen. In speciale goochelwinkels kun je goocheltrucs kopen. In de winkel laten ze een truc zien, en als je het leuk vindt dan koop je hem. Je krijgt dan te horen hoe de truc gaat en je krijgt alle spullen die je erbij nodig hebt. Een goede goochelaar kan ook zelf een truc bedenken. 
Wie wil leren goochelen, moet vooral heel veel oefenen. En veel geduld hebben. Want elke truc gaat in het begin vaak fout. Niemand mag natuurlijk zien wat je doet! Je moet dus oefenen in vingervaardigheid. Dat betekent dat je handen snel en handig de truc moeten kunnen doen. Om je truc leuker te maken, kun je er een show omheen bedenken. Of er een dansje bij doen. Of er speciale kleren bij aantrekken.


Hans Klok geeft spectaculaire shows over de hele wereld. Hij oefent nog steeds heel veel!

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 30 Goochelen.

Details en informatie

  • Titel: Goochelen
  • Auteur(s): Ellen Westerveld
  • Nummer: 30
  • Niveau: 2
  • Siso: J 622.3