Noordhoff Uitgevers

Het skelet

Het skelet is het hardste deel van het lichaam. Het bestaat uit alle botten die je hebt. Het houdt je overeind en geeft je lichaam vorm. Zonder skelet zou je lichaam een soort pudding zijn. Je zou niet goed kunnen bewegen. Dankzij je skelet kun je lopen en sporten. Je skelet is heel sterk. Het beschermt kwetsbare delen van je lichaam. De ribbenkast in je borstkas beschermt je hart en je longen. De schedel in je hoofd beschermt je hersenen. Veel dieren hebben een skelet. Maar die zijn niet allemaal hetzelfde. De blauwe vinvis heeft het grootste skelet. Dat kan wel 29 meter lang worden. De botten in een skelet zijn een soort puzzelstukken. Door ze achter elkaar te leggen, kom je erachter hoe een dier eruitzag toen hij nog leefde. Zo weten we bijvoorbeeld hoe dinosaurussen er vroeger uitzagen. Terwijl niemand ze ooit in het echt gezien heeft.


Dit is het skelet van een Tyrannosaurus Rex.

Soorten skeletten

Mensen en veel dieren hebben een skelet aan de binnenkant van hun lichaam. Dieren met een inwendig skelet zijn vaak zacht. Je kunt hun huid een beetje indrukken. Er zijn ook dieren met een skelet aan de buitenkant. Door hun uitwendige skelet voelen ze hard aan. Denk maar aan een krab of een kever. Er zijn ook dieren die helemaal geen skelet hebben, zoals kwallen en regenwormen. Vissen hebben wel een skelet, maar dat bestaat uit graten en niet uit botten. Alle inwendige skeletten lijken op elkaar. Ze hebben allemaal een schedel en staartbotten. Ze hebben ook armen en benen of poten. Dat zijn de ledematen. Elk dier heeft een skelet dat voor hem handig is. Een aap heeft bijvoorbeeld veel staartbotten. Met zijn lange staart kan hij door de bomen slingeren. Een mens heeft ook een staartbot, maar dat is maar heel klein. Het is je stuitje. Dat is te klein om staart te noemen, maar het zit er wel!

Jouw skelet

Een skelet van een volwassen mens heeft 206 botten. Ze zijn allemaal verschillend. In je oor zit het kleinste en lichtste botje. Het heet de stijgbeugel. Het is maar 4 millimeter lang. Dat is kleiner dan de nagel van je pink. Het grootste en sterkste bot is het dijbeen. Elk onderdeel van het skelet heeft zijn eigen taak.
In je rug zitten 33 wervels. Ze passen allemaal op elkaar en vormen samen de wervelkolom. Aan de bovenkant ervan zit je hoofd met daarin je schedel. Je schedel bestaat uit wel twintig verschillende botten. In je borst zitten 24 ribben, aan elke kant twaalf. Je ribbenkast kan een beetje bewegen. Dat kun je zien als je ademhaalt. Onder aan je wervelkolom zit je bekken. Dat is het gedeelte tussen je benen en je wervelkolom. Je armen zitten aan je lichaam vast met het sleutelbeen en de schouderbladen. Aan de uiteinden van je armen zitten handen. Aan de uiteinden van je benen zitten voeten. Ze zijn niet groot, maar er zitten wel heel veel botjes in. In je handen en voeten zitten samen meer dan de helft van alle botten in je skelet.


Een skelet bestaat uit veel verschillende botten.

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 49 Het skelet.

Details en informatie

  • Titel: Het skelet
  • Auteur(s): Ellen Westerveld
  • Nummer: 49
  • Niveau: 1
  • Siso: J 570