Noordhoff Uitgevers

Kanoën

Kanoën is een populaire sport. Je zit in een lange, smalle boot en je komt vooruit door te peddelen. Dat doe je met een peddel, een plankje aan een stok. Je kunt met een kano op een gracht, vaart of plas kanoën. Er zijn verschillende soorten kano’s. Een open kano is – het woord zegt het al – open aan de bovenkant. Je noemt hem ook wel een toerkano of een Canadese kano. Hij heeft een bankje om op te zitten. Bij de open kano hoort een peddel met één plankje. Dat plankje noem je een blad. Een kajak is een kano die dicht is aan de bovenkant. In een kajak is geen bankje, je zit gewoon op de bodem van de boot. De peddel van de kajak heeft twee bladen en die steek je om en om in het water. Rechts, links, rechts, links enzovoorts. 


De kano’s die je het meeste ziet, zijn de kajak en de open of Canadese kano.

Verschillende kanosporten

Je kunt af en toe een kano huren en een stukje peddelen. Maar voor sommige mensen is kanoën echt hun sport. Ze hebben een eigen boot en doen mee aan wedstrijden. 
Er zijn verschillende kanosporten. Je kunt kanoën op vlak water of op wild water. Vlak water is water zonder golven. Wild water is water dat wild stroomt. Ertussenin zit stromend water, zoals de IJssel, de Waal of een andere grote rivier. In Nederland is veel vlak en stromend water. En je kunt hier ook kanoën op zee. Maar wild stromende rivieren zijn er niet. Daarvoor moet je naar het buitenland, zoals Duitsland of Frankrijk. Er zijn in Nederland wel wildwaterbanen. Dat zijn nagemaakte wilde rivieren. 
Op vlak water worden open kano’s en kajaks gebruikt. Op zee, op stromend water en op wild water is een kajak het handigst. Die is van boven dicht zodat er geen water in de boot kan komen. 

Hoe het vroeger ging

Kano’s bestaan al duizenden jaren. Heel soms wordt er nog een oude kano opgegraven. Dat gebeurde in 1955 bij het dorp Pesse in Drenthe. Het is een kano van hout. Onderzoekers stelden vast dat de ‘kano van Pesse’ ongeveer tienduizend jaar geleden is gemaakt.
Heel vroeger gebruikten de oude Egyptenaren, de indianen en de Eskimo’s ook al kano’s. Ze holden daarvoor een boomstam uit. Ze maakten ook kano’s van latten die ze bedekten met de schors van berkenbomen of met dierenvellen. 
De Indianen gebruiken kano’s vooral om in te reizen. Ze vervoerden er ook spullen in. Eskimo’s gebruikten kano’s bij het jagen op dieren. Indianen noemden hun uitgeholde boomstamboot canoua. De ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus – een Spanjaard – maakte daar canoa van. Vanuit het Spaans ging het woord canoa de wereld over en kwam het in andere talen terecht. 
Pas in de 19e eeuw (1800-1900) werd de kano bekend in Europa. De eerste kanovereniging werd opgericht in Engeland. Mensen gingen voor hun plezier in kano’s varen. En ze gingen wedstrijden organiseren. Kanoën telde voor het eerst als olympische sport mee in 1936.


Kano’s en kajaks van nu lijken nog steeds op de boten die indianen en Eskimo’s heel vroeger al maakten.

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 18 Kanoën.

Details en informatie

  • Titel: Kanoën
  • Auteur(s): Leuntje Aarnoutse
  • Nummer: 18
  • Niveau: 1
  • Siso: J 617.83