Noordhoff Uitgevers

Koken en bakken

Je staat er misschien niet bij stil, maar koken en bakken doen mensen al duizenden jaren. Het is niet precies bekend hoe en wanneer het koken is uitgevonden. De eerste mensen aten voedsel dat ze vonden: rauw vlees, noten, knollen en vruchten.
Toen mensen voedsel gingen koken, had dat grote gevolgen. Veel voedsel is rauw niet verteerbaar en zelfs giftig. Eenmaal gekookt, kan ons lichaam er de juiste voedingsstoffen en energie uit halen. Hersenen hebben veel energie nodig. Misschien zijn mensen daardoor in de loop van duizenden jaren wel slimmer geworden.
Door de eeuwen heen hebben allerlei ontdekkingen het koken verbeterd. Bijvoorbeeld de ontdekking hoe je voedsel kunt conserveren. Zout, azijn en suiker zijn goede conserveringsmiddelen. Vanaf 1900 kregen mensen meer aandacht voor gezond voedsel. Zo gingen ze minder vet gebruiken. Tegenwoordig kun je gemakkelijk aan voedsel komen en eten we recepten uit de hele wereld. 

Gezond? Of makkelijk en snel?

Wat mensen eten heeft onder meer te maken met de beschikbaarheid van voedsel. In Nederland groeien aardappels goed, in Indonesië heb je rijstplantages. In rijke landen eten mensen vaker vlees. Sommige godsdiensten verbieden het eten van varkensvlees. Dit alles is van invloed op wat mensen in een bepaald land eten.
Er zijn niet alleen verschillende soorten voedsel, er zijn ook verschillende manieren om voedsel te verhitten. Je kunt het bijvoorbeeld koken, bakken en braden. Op talloze manieren kun je voedsel gezond en lekker bereiden. Maar dat kost wel tijd. Veel mensen hebben weinig tijd om te koken. Of ze houden niet van koken. Ze nemen dan voorgesneden groente en vlees om snel een gerecht klaar te maken. Of ze kopen een kant-en-klaarmaaltijd. Die hoeft maar een paar minuten in de magnetron. Er zitten wel nadelen aan, want deze maaltijden zijn duurder dan wanneer je zelf kookt. En vaak lijken ze gezond omdat er bijvoorbeeld wat groente in zit. Maar zonder dat je het zelf weet, krijg je veel meer zout, suiker en vet binnen dan goed voor je is. Als je zelf kookt, weet je precies welke voedingsmiddelen je gebruikt.
 
Er zijn altijd modes in de kookkunst geweest. Veel modes hebben te maken met gezondheid. Bijvoorbeeld omdat veel mensen te dik zijn, is er veel aandacht voor eten waarbij je slank blijft. Mensen eten bijvoorbeeld gerechten zonder koolhydraten omdat ze denken dat je er dik van wordt.

Voor je beroep

Wil je kok of bakker worden? Als je ouder bent dan 16 en je hebt tenminste een vmbo-diploma, dan kun je een koksopleiding volgen. Je leert hoe je gerechten bereidt en hoe je keukenmachines gebruikt. En je leert wat de eigenschappen zijn van verschillende voedingsmiddelen. Een kok moet ook verstand hebben van hygiëne. Als kok kun je aan de slag in een restaurant, maar ook in de keuken van een ziekenhuis. Je kunt ook in de catering gaan werken. Voor bakkers is er een speciale bakkersopleiding. Je kunt er kiezen voor de richting patisserie

Het werk van een kok of bakker is best inspannend. Je staat urenlang, sjouwt met grote pannen en maakt lange dagen. Toch is het voor veel mensen het mooiste beroep van de wereld. Ze vinden het heerlijk om eten klaar te maken en om nieuwe gerechten te verzinnen én te proeven.

Dit is een samenvatting van het Informatie-boekje 32 Koken en bakken.

Details en informatie

  • Titel: Koken en bakken
  • Auteur(s): Moniek van Zijl
  • Nummer: 32
  • Niveau: 3
  • Siso: J 629