Noordhoff Uitgevers

Proefdieren

Bijna iedereen heeft wel een mening over het gebruik van proefdieren. Maar bijna niemand vindt het leuk dat proefdieren bij experimenten pijn lijden en ongemak hebben. Op allerlei manieren probeert men het gebruik van proefdieren te beperken. En het leven van deze dieren zo prettig mogelijk te maken.

Dierproeven hebben als doel onderzoek te doen naar het lichaam van mensen en dieren. En om nieuwe geneesmiddelen te testen. Er komen steeds meer alternatieve manieren om dat te doen.

In wetten is geregeld dat dierproeven een duidelijk doel moeten hebben. Ook staat in de wet dat er voor het welzijn van proefdieren moet worden gezorgd, omdat dieren bij proeven ongerief kunnen ervaren.

Voordat mensen met proefdieren aan de slag mogen gaan, moeten ze een vergunning hebben. Een groep deskundigen bepaalt of de onderzoeker toestemming krijgt.

Proefdieren, zoals muizen, worden vaak gebruikt voor het testen van medicijnen. De dieren worden goed verzorgd, want hun welzijn is belangrijk. 

Welke dieren zijn geschikt?

Huismuizen en ratten zijn geschikte proefdieren. Dat komt omdat ze in veel opzichten op mensen lijken. Maar ook omdat ze gemakkelijk en snel te fokken zijn. Het heeft geen zin om muizen in het wild te vangen. Onderzoekers moeten er helemaal zeker van zijn dat hun proefdier geen onbekende ziekte heeft. Soms hebben onderzoekers dieren nodig die allemaal even oud zijn of precies hetzelfde eten hebben gekregen in hun leven. Of dat ze allemaal dezelfde eigenschap hebben. Dat lukt alleen als ze zorgvuldig worden gefokt.

Ook varkens zijn goede proefdieren omdat hun eetgewoontes op die van mensen lijken. Dat maakt ze geschikt voor onderzoek naar voeding en spijsvertering.

De belangrijkste reden voor dierproeven is dat we liever experimenteren op dieren dan op mensen. Op die manier zijn er belangrijke dingen ontdekt. Bijvoorbeeld over de transplantatie van nieren. Om te zien hoe dat moest en of het werkte, waren levende dieren nodig. Dankzij apen is ook ontdekt hoe die transplantaties beter lukken.

Minder proefdierenleed

De dierenbescherming zet zich in voor het belang en welzijn van dieren. Ze geeft ook voorlichting over dierproeven. Tegenstanders vinden dat je dieren nooit mag gebruiken voor dierproeven. Zij zullen dan ook alleen producten kopen die niet op dieren zijn getest. Een onderzoeker die iets wil ontdekken, zal anders tegen dierproeven aankijken dan een dierenbeschermer.

Er komen steeds meer alternatieven voor dierproeven. In plaats van op levende of dode dieren, oefenen studenten eerst op een kunsthuid om te zien hoe ze een wond moeten hechten.

Cellen zijn ook heel geschikt om proeven mee te doen. Cellen zijn de kleinste deeltjes waaruit een lichaam bestaat. Bijvoorbeeld cellen van de huid. In een laboratorium lukt het om een kweek te maken. Met deze levende huidcellen kun je een kweek maken die op echte huid lijkt. Op dit stukje gekweekte huid kan bijvoorbeeld onderzocht worden hoe wonden genezen.

Veel proeven die met dieren zijn gedaan, worden uiteindelijk ook op mensen uitgeprobeerd. Vroeger werden daarvoor gevangenen gebruikt. Nu zijn deze menselijke ‘proefkonijnen’ altijd vrijwilligers. Deze onderzoeken met mensen mogen alleen worden gedaan wanneer via dierproeven is vastgesteld dat er weinig risico’s zijn.

Als mensen meedoen aan wetenschappelijk onderzoek, kunnen nieuwe methoden voor behandeling worden ontwikkeld.

Dit is een samenvatting van het Informatie-boekje 399 Proefdieren.

Details en informatie

  • Titel: Proefdieren
  • Auteur(s): William van den Akker
  • Nummer: 399
  • Niveau: 5
  • Siso: J 590.2