Noordhoff Uitgevers

Schooltuinen

Groente koop je in de supermarkt, bij de groenteboer of op de markt. Maar daar groeit het natuurlijk niet. Waar en hoe groente dan wel groeit? Daar kun je achter komen in de schooltuin. Dat is een stuk grond waar kinderen zelf groenten en bloemen kunnen telen. In een schooltuin kun je van alles laten groeien. Sommige groenten kun je direct eten, nadat je ze geoogst hebt. Zoals wortels en radijsjes. Andere groenten moeten eerst gekookt worden. Zoals aardappelen en boontjes. Ons lichaam kan ze dan beter verwerken. In sommige schooltuinen heeft ieder kind een eigen mini-tuintje. In andere schooltuinen delen meerdere kinderen een stuk grond. Ze doen dan samen allerlei klussen.
 

Er is veel te doen in een schooltuin. Het is leuk werk.

Wat groeit er?

Wat vind jij lekkere groenten? Welk fruit eet je graag? Heb je een favoriete bloem? Wat je ook wilt laten groeien in je schooltuin, het begint met nadenken. Je moet weten wanneer planten groeien. En wanneer je moet zaaien. En hoe planten groeien. De ene plant heeft veel ruimte nodig, de andere wil graag langs een stok omhoog klimmen. Daar moet je rekening mee houden.

Planten en zaden

In een zaadje zit een kiem. Dit piepkleine plantje heeft een wortel, een stengel en blaadjes. Er zit ook wat voedsel in het zaadje. Maar alleen aan voedsel heeft het plantje niets. Pas als er water bij komt, kan het gaan groeien. Daarvoor heeft het regen nodig of water uit de gieter.

Sommige zaadjes komen heel snel uit. Als je zaadjes van tuinkers op een vochtig stuk keukenpapier strooit, gaan ze al na een paar dagen groeien. Bij harde zaden duurt het langer. Als het plantje boven de aarde uitkomt, heeft het al het voedsel uit het zaadje al op. Dat is niet erg, want nu zorgen zonlicht en voedingsstoffen in de grond ervoor dat het plantje gaat groeien en groeien. In de bloem van de plant groeit de vrucht. Als de vrucht rijp is, bijvoorbeeld een peultje of een aardbei, kun je ze plukken. Vruchten die niet geplukt worden, gaan zaadjes maken. Die zaadjes kun je weer gebruiken om nieuwe planten te verbouwen.


Ouders of leerkrachten helpen de kinderen. Ze leggen van alles uit en doen dingen voor.

Oogsten

Vooral in de lente en de zomer is er veel werk in de schooltuin. In elk seizoen kun je groenten oogsten. In het voorjaar is er sla, andijvie en radijs. In de zomer aardbeien, frambozen en peulvruchten, in de herfst spinazie, maïs, pompoen en prei. En in de winter boerenkool. Sommige groenten oogst je één keer, andere vaker. De slasoort rucola bijvoorbeeld. Die groeit gewoon weer aan als je hem afgeknipt hebt.  Kropsla en andijvie oogst je door de krop te draaien en los te trekken. Als je sommige groenten niet op tijd oogst, kunnen ze doorschieten. Dan ontstaan er stengels en bloemen. De groente is dan niet lekker meer.

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 336 Schooltuinen.

Details en informatie

  • Titel: Schooltuinen
  • Auteur(s): Lien van Horen
  • Nummer: 336
  • Niveau: 2
  • Siso: J 458.5