Noordhoff Uitgevers

Zwangerschap en bevalling

Voor je geboorte zat je veilig opgeborgen in de buik van je moeder. Uit één enkele cel groeide je tot een kleine baby.

Je lichaam bestaat uit cellen, de bouwstenen van je lichaam. Bijvoorbeeld zenuwcellen, spiercellen en bloedcellen. Alleen mannen maken zaadcellen en alleen vrouwen eicellen. Na de bevruchting kan er een baby gaan groeien. Dat gebeurt in de baarmoeder. Soms groeien er uit de bevruchte cel twee kinderen. Het kan ook gebeuren dat twee eicellen bevrucht worden. In beide gevallen wordt er een tweeling geboren.

Vrouwen kunnen ervoor kiezen om thuis te bevallen of in het ziekenhuis. Maar soms moet het wel in het ziekenhuis, bijvoorbeeld als een baby met zijn billetjes naar beneden in de buik van zijn moeder zit. De baby wordt dan met een keizersnede geboren.

Soms worden er twee kinderen tegelijkertijd geboren. Een pasgeboren baby heeft veel verzorging nodig. Hij kan nog niet vertellen waarom hij huilt. Gelukkig leren ouders hun kindje al snel kennen.

De baby groeit

Tijdens de zwangerschap wordt de moeder begeleid door de verloskundige. Zij maakt bijvoorbeeld een echo. Zo kan ze meten hoe groot de baby is.
Als een vrouw drie maanden zwanger is kan de verloskundige met een speciaal apparaat het hartje van de baby beluisteren.
Om te groeien heeft de baby voedsel nodig. Zelf eten en drinken kan hij nog niet. Via de navelstreng gaan voedsel en zuurstof naar het kindje.
Tijdens de negen maanden van de zwangerschap verandert er veel in het lichaam van de een vrouw. Hormonen regelen dat er een nieuw mensje groeit en dat het geboren kan worden. Hormonen hebben ook invloed op hoe een vrouw zich voelt. Ze kan soms huilen van geluk, maar soms ook heel humeurig zijn. Een zwangere vrouw kan plotseling heel moe zijn. Dat is begrijpelijk: haar lichaam is hard aan het werk.

De geboorte 

Na bijna veertig weken zwangerschap gaat de bevalling beginnen. De verloskundige controleert het hartje van de baby. En ze kijkt of het hoofdje al naar beneden gezakt is. Tijdens de bevalling zorgen hormonen ervoor dat de baarmoeder en de vagina zachter worden. Daardoor kunnen ze uitrekken, net als een elastiek. Op die manier kan de baby gemakkelijker geboren worden. Het hoofdje is het breedste gedeelte van een baby. Als het hoofdje eenmaal geboren is, komt het lijfje er meestal snel achteraan. Na de geboorte wordt de navelstreng doorgeknipt en is de baby helemaal los van de moeder.

Net als voor zijn moeder, is een bevalling voor een baby ook hard werken. Direct na de geboorte is hij vaak nog een beetje blauw. Eerst moet hij flink ademhalen en huilen. Na een minuut of tien zijn de meeste baby’s helemaal roze.

Voor de nieuwe ouders is het erg wennen. Ze moeten nog leren hoe ze hun kindje moeten verzorgen. En ze moeten leren begrijpen wat een baby nodig heeft. Dat kan hij zelf natuurlijk nog niet zeggen. Maar bijna elke baby kan meteen zuigen aan de borst van zijn moeder. Borstvoeding is de natuurlijke voeding voor een baby.
Moedermelk beschermt tegen infecties en helpt bij de ontwikkeling van de hersenen. Maar ook flessenmelk is goede voeding.
Soms gebeurt het dat een baby veel te vroeg geboren wordt, bijvoorbeeld al na 28 weken. Op een speciale afdeling in het ziekenhuis worden deze baby’s goed in de gaten gehouden, tot ze groot en sterk genoeg zijn om naar huis te mogen.

Dit is een samenvatting van het Informatie-boekje 400 Zwangerschap en bevalling.

Details en informatie

  • Titel: Zwangerschap en bevalling
  • Auteur(s): Petra Cremers
  • Nummer: 400
  • Niveau: 5
  • Siso: J 615.7