Noordhoff Uitgevers

Aspirine

Iedereen slikt wel eens aspirine. Het helpt tegen pijn, koorts en verkoudheid. Aspirine is het beroemdste medicijn van de twintigste eeuw (1900-2000). Maar wat is het eigenlijk? In aspirine zit salicylzuur (zeg: saliesielzuur). Deze stof komt voor in de natuur. Het zit onder andere in de bast van de wilgenboom. Tweeduizend jaar geleden wisten de Grieken al dat het sap van de wilg tegen pijn helpt. Ook in ons land gingen mensen wilgensap als pijnstiller gebruiken. Als een middel dat pijn wegneemt. Allerlei geleerden probeerden het salicylzuur na te maken. Felix Hoffmann was de eerste die daarin slaagde. In 1897 maakte hij acetyl-salicylzuur in poedervorm. Daarin zat ongeveer hetzelfde als in wilgensap. Alleen smaakte het minder bitter. Het kon ook niet gauw bederven. Binnen twee jaar was het middel overal te koop. Het heette aspirine.

Het sap van de wilg werkt pijnstillend.

Pijnstillers

Het succes van aspirine werd na 1897 alleen maar groter. Want het bleek niet alleen goed te werken tegen pijn. Het werkt ook tegen ontstekingen en koorts. En het is goed voor het bloed. Bloed kan gaan klonteren. Als een klontje een bloedvat afsluit in de hersenen, gebeurt er iets ergs. Dan krijg je een herseninfarct of beroerte. Dat overkomt elk jaar 25.000 Nederlanders. Veel mensen gaan eraan dood. Aspirine houdt het bloed langer vloeibaar. Het maakt dus de kans op een beroerte kleiner.

Rond 1900 werd aspirine alleen als poeder verkocht. Mensen dachten algauw dat het een wondermiddel was.

In de loop der jaren werden er steeds meer voordelen ontdekt van aspirine. Zo bleek het ook goed voor het hart en voor de darmen. Daarbij was het spotgoedkoop om te maken. De verkoop van aspirine steeg daardoor tot recordhoogte. Toch mag je aspirine niet zomaar slikken. Er kunnen namelijk bijwerkingen optreden, dingen die niet de bedoeling zijn. Je kunt er maagpijn van krijgen. Mensen die last hebben van hun longen, kunnen het heel benauwd krijgen. Een wond kan harder gaan bloeden. Alle mogelijke bijwerkingen staan vermeld op de bijsluiter. Dat is een papiertje in de verpakking. Daarop staat wat er in het medicijn zit en wat dat met je lichaam kan doen. Een bijsluiter is verplicht voor elk medicijn. Je moet het ook altijd lezen.
Tegenwoordig zijn er veel soorten pijnstillers. Ze zijn te koop als tablet, in poedervorm of als zetpil. Paracetamol is er ook één van. Paracetamol is minder slecht voor de maag dan aspirine. Maar het helpt ook minder goed bij ontstekingen.

Het is goed dat er pijnstillers zijn, maar één ding mag je nooit vergeten. Het is natuurlijk altijd beter als je ze niet hoeft te slikken. Pijnstillers zijn geen geneesmiddelen. Je wordt er niet beter van. Je voelt alleen minder pijn. Het lijkt of je beter bent. Pijnstillers worden gemaakt in de farmaceutische industrie. Dat zijn alle bedrijven die medicijnen maken. In de farmaceutische industrie wordt nog steeds gezocht naar nieuwe en betere medicijnen. Medicijnen tegen ziektes als reuma, aids en kanker. In laboratoria worden elk jaar vele duizenden stoffen onderzocht. Misschien dat daar ook ooit eens zo'n eenvoudig en goedkoop medicijn voor wordt gevonden als de aspirine.

Details en informatie

  • Titel: Aspirine
  • Auteur(s): Zeger van Mersbergen
  • Nummer: ic046
  • Niveau: 4
  • Siso: J 612.8