Noordhoff Uitgevers

Beren

Beren zien er lief uit. Maar pas op, het zijn echte roofdieren! Roofdieren doden andere dieren. Ze eten hun prooi op. Ze hebben sterke klauwen en tanden. Hiermee kunnen ze hun prooi makkelijk aan stukken scheuren. Beren komen op veel plekken in de wereld voor. Alleen niet in Afrika, Australië en op de Zuidpool. Er zijn acht soorten beren. Ze lijken op elkaar, maar ze hebben allemaal hun eigen kenmerken. Elke soort heeft zich aangepast aan zijn eigen leefgebied. Dat is de plek waar de dieren voorkomen. Beren in warme gebieden zijn vaak klein en leven in bomen. De kleinste soort is de honingbeer. In koudere gebieden komen grote beren voor, die op de grond leven.

De kleine honingbeer weegt maar 25 tot 60 kilo.

IJsbeer

De grootste berensoort is de ijsbeer. Een volwassen mannetje kan wel achthonderd kilo wegen! De ijsbeer leeft op de Noordpool, langs de kusten van de Noordelijke IJszee. IJsberen hebben stugge haren onder hun poten. Zo glijden ze niet uit. Een ijsbeer is een carnivoor. Hij eet dus vooral vlees. Hij lust graag zeehonden, walrussen en kleine walvissen. De vacht van een ijsbeer kan wel vijftien centimeter dik zijn! Onder die vacht zit een laag vet van ongeveer tien centimeter. Door dit vet kan hij ook in ijskoud water zwemmen zonder te bevriezen. Een ijsbeer kan heel goed ruiken. In het Noordpool-gebied met alleen maar sneeuw en ijs, ruikt hij toch de sporen van andere ijsberen.

De meeste beren zijn omnivoren, dat betekent dat ze van alles eten. Je kunt het zien aan hun kiezen. Ze hebben scherpe tanden en knip-kiezen om vlees mee te knippen. Maar ze hebben ook knobbel-kiezen, net als mensen. Knobbel-kiezen kunnen het voedsel malen. Beren lusten insecten, planten, honing, en verschillende soorten dieren. Hoe groter de beer is, hoe groter de dieren zijn waar hij op jaagt. Een flinke bruine beer in Amerika jaagt op bizons, muskus-ossen en kariboes. Een zwarte beer is wat kleiner. Hij jaagt dus op kleinere dieren, zoals herten, lemmingen of hazen. Pandaberen eten bamboe.
Beren leven alleen en jagen alleen. Als er genoeg te eten is, vinden ze het niet erg dat er andere beren in de buurt zijn.

De Europese bruine beer eet voornamelijk plantaardig voedsel, zoals vruchten en noten. Ook eet hij wel insecten en larven. Soms grijpt hij naar hoefdieren, zoals schapen en elanden.

Zwarte en bruine beren die in koude gebieden leven, houden een winterslaap. Dat doen ze omdat er in de winter te weinig eten is. Voor ze gaan slapen, eten ze zich eerst dik en rond. Als hij aan zijn winterslaap begint, bestaat een beer voor de helft uit vet. De winterslaap-plaats is vaak een hol of grot. Het kan ook een beschutte plek onder een omgevallen boom zijn. Vaak kiezen beren een plek waar ze al eerder een winterslaap hielden. Ze bedekken de plek met gras, bladeren, mos, gedroogde varens en takken. Daar slapen ze vier tot zes maanden. Ze eten en drinken in die tijd bijna niets. Hun hart klopt langzamer en hun lichaams-temperatuur gaat naar beneden. Maar de beer slaapt niet heel diep. Als er gevaar dreigt, is hij direct klaarwakker.

Details en informatie

  • Titel: Beren
  • Auteur(s): Marion de Graaff
  • Nummer: JC233
  • Niveau: 1
  • Siso: J 598.95