Noordhoff Uitgevers

Bijen en hommels

Als je 's zomers in een tuin met bloemen zit, hoor je overal om je heen gezoem. Dat zijn bijen die van bloem naar bloem vliegen. Deze insecten zijn meestal erg druk bezig. Ze zoeken nectar, een zoete vloeistof die ze uit bloemen halen. In de bijenkorf bouwen ze raten, waarin de koningin haar eieren legt. Of ze voeden de larven, die straks bijtjes worden. Ze zijn eigenlijk altijd bezig met het verzorgen van nieuwe soortgenoten.
Toch denken we bij bijen als eerste aan honing. Dat is niet zo raar. Honing wordt gemaakt door honingbijen. Er zijn honderden soorten bijen en hommels. Maar de honingbij is wel de bekendste soort. Honingbijen leven in groepen. Ze worden verzorgd door bijenhouders of imkers. De meeste imkers verkopen de honing die hun bijen van nectar maken.

Een honingraat met bijen.

Altijd bezig

Hommels zijn wat groter en dikker dan bijen. Ze zijn ook dikker behaard. Daardoor blijven ze beter warm, ook bij wat kouder weer. Een hommelkoningin legt haar eieren niet in een raat. Ze doet dat in kleine potjes die ze van stuifmeel bouwt. Een hommelkoningin woont graag in een oud nestkastje of in een muizenhol. Voor de rest lijkt het leven van hommels nogal op dat van honingbijen.
De meeste bijen zijn solitaire bijen. Dat wil zeggen: ze leven alleen. Sociale bijen, zoals honingbijen, leven in groepen. Zo'n groep heet een volk. Een volk bestaat uit één koningin, duizenden werksters en honderden darren. Dat zijn mannetjesbijen. De werksters bouwen raten. Ze doen dat met was uit hun eigen buik. Later verzorgen ze de larven en maken ze de cellen schoon. Ze hebben het verschrikkelijk druk. Maar de koningin heeft ook niet echt een luizenleventje. Hoog in de lucht zoekt ze de sterkste darren uit om mee te paren. Daarna moet ze eitjes leggen. De hele dag door. Eén volk kan in de zomer uitgroeien tot wel 60.000 bijen! Want na twintig dagen zijn de eitjes van larven tot bijen geworden. De nieuwe bijen vliegen meteen uit om mee te werken.

In vergelijking met de bijenraat is het hommelnest van de koningin een rommeltje.

Bijen en hommels zijn belangrijk voor de bestuiving van planten. Ze brengen stuifmeel van de ene bloem naar de stamper van de andere. Zo zorgen ze voor bevruchting. Bijen zitten graag tussen de fruitbomen. Fruittelers willen ze daarom ook graag in hun boomgaard hebben. Dan krijgen ze meer vruchten.
Hommels zijn juist weer zeer geliefd in de tuinbouw. Vroeger ging de tuinder elk bloempje langs. Hij bevruchtte ze met een kwastje vol stuifmeel. Hommels kunnen dat veel beter en goedkoper. Want met hun lange tongen kunnen ze overal bij. Bovendien zorgen ze voor de bestrijding van ongedierte. Ze doen dit natuurlijk op een milieuvriendelijke manier. De tuinder hoeft geen schadelijke bestrijdingsmiddelen meer te gebruiken. Tegenwoordig worden hommels speciaal gekweekt voor de tuinbouw. Bijen en hommels doen dus nuttig werk voor de mensen. Helaas wordt het steeds moeilijker voor ze om te overleven. Dat kom doordat mensen steeds meer ruimte nodig hebben. Er verdwijnen daardoor planten en geschikte nestplaatsen. Als je een tuin hebt, kun je de bijen en hommels helpen. Hoe? Door planten neer te zetten als de dovenetel of de reuzenbalsemien. De bloemen hiervan geven veel nectar. Dat is, naast stuifmeel, het voedsel voor deze insecten.

Details en informatie

  • Titel: Bijen en hommels
  • Auteur(s): Marlies Huijzer
  • Nummer: ic039
  • Niveau: 3
  • Siso: J 658.61