Noordhoff Uitgevers

Binnenvaart

In Nederland zijn veel rivieren en kanalen. Over deze binnenwateren wordt heel veel vracht vervoerd. Dat vrachtvervoer heet binnenvaart en gebeurt met allerlei soorten schepen, van de kleine Spits tot supergrote containerschepen. Zo'n groot schip neemt in één keer evenveel vracht mee als bijna vijfhonderd vrachtwagens! Veel binnenvaartschippers zijn zelf eigenaar van hun schip. Vaak zijn het familiebedrijven, waarbij een echtpaar samen het werk doet en ook op de boot woont. Andere schippers werken voor een rederij, een bedrijf dat eigenaar is van één of meer schepen. Binnenvaartschippers verdienen hun geld door goederen te transporteren. Ze moeten dus zorgen dat ze genoeg te vervoeren hebben. De meeste schippers komen via bevrachtingskantoren aan werk. Deze kantoren houden in de gaten welke bedrijven iets te vervoeren hebben.


De schipper bestuurt zijn schip vanuit de stuurhut, met behulp van allerlei schermen en knoppen.

Vrachtschepen

Binnenvaartschepen vervoeren allerlei goederen. Er zijn twee soorten: bulkgoederen en stukgoederen. Bulkgoederen worden niet verpakt, maar in een grote hoeveelheid in het ruim gestort, zoals zand, graan of grind. Bij stukgoed krijgt de schipper per product betaald, bijvoorbeeld voor elke auto. Stukgoederen worden vaak in containers vervoerd, met speciaal daarvoor gebouwde containerschepen. Deze schepen zijn vaak meer dan honderd meter lang en de containers worden soms vijfhoog opgestapeld. Beunschepen zijn speciaal gebouwd voor het vervoer van natte goederen, zoals spuitzand en bagger. De schepen hebben een dubbele wand die met lucht is gevuld. Zo blijven ze beter drijven.

In tankschepen worden vloeistoffen en gassen vervoerd. Bijvoorbeeld diesel of benzine, maar ook allerlei chemische stoffen. Roro-schepen lijken wel wat op een varende parkeergarage. Er worden auto's, tractoren en vrachtwagens op vervoerd. Roro is een afkorting voor het Engelse 'Roll on, Roll off'. Duwbakken zijn schepen die niet zelf kunnen varen. Ze worden geduwd door speciale duwboten.

Een roro-schip.

Veel schippers wonen op hun schip. Daarom is er een compleet huis aan boord met een woonkamer, slaapkamers, een keuken en een badkamer. Dat woongedeelte wordt deroef genoemd. Twee andere belangrijke ruimtes aan boord zijn de machinekamer en de stuurhut. In de machinekamer staat de grote dieselmotor die de schroef aandrijft, waardoor het schip kan varen. In de machinekamer zijn ook andere apparaten, zoals de generator. Dat is een dieselmotor die een dynamo laat draaien. Zo kan op het schip het licht branden en kan de bemanning televisiekijken en andere elektrische apparatuur gebruiken.

De schipper bestuurt het schip vanuit de stuurhut. Vroeger ging dat met een stuurrad. Nu worden de meeste schepen met een soort joystick, een pookje, bestuurd. Daarmee bedient de schipper de roeren achter de schroef. Gas geven doet hij met een gashendel. Verder zitten er in de stuurhut allerlei meters en schakelaars. Daarmee kan de schipper bijvoorbeeld de navigatieverlichting aanzetten. Door die verlichting aan de buitenkant van het schip kunnen schippers elkaars schip goed zien. Aan de rechterkant van het schip zit een groen licht en aan de linkerkant een rood licht. Als je op het schip staat met je neus naar de voorkant, heet de rechterkant van het schip stuurboord en de linkerkant bakboord. Dat kun je makkelijk onthouden, want in het woord stuur(boord) zit de 'r' van 'rechts' en in bak(boord) de 'k' die je ook in 'links' hoort.

Details en informatie

  • Titel: Binnenvaart
  • Auteur(s): Ferdinand Pronk
  • Nummer: IC222
  • Niveau: 3
  • Siso: J 658.45