Noordhoff Uitgevers

Brandwonden

In Nederland ontstaat ongeveer 80 duizend keer per jaar een brand in of bij een huis. Elk jaar gaan er 40 duizend volwassenen en kinderen met brandwonden naar de huisarts. Gelukkig zijn die niet allemaal even erg. Want als je een flinke brandwond oploopt, houd je je leven lang littekens op die plek. Veel branden kunnen worden voorkomen als mensen beter opletten. De brandweer heeft het altijd over de drie O's: Onwetendheid, Onvoorzichtigheid en Onoplettendheid.

Brandwonden ontstaan door de hitte van vuur op je huid. Bij 40 graden Celsius kan je huid al beschadigd raken. Maar niet alleen vuur is gevaarlijk, ook door heet water, hete koffie, thee of olie kun je brandwonden oplopen. Er zijn ook vloeistoffen die brandwonden kunnen veroorzaken zonder dat ze heet zijn, bijvoorbeeld zoutzuur.

Niet alle brandwonden zijn even erg. Hoe langer je huid in contact is met hitte, hoe erger de verbranding is.












De meeste brandwonden ontstaan in de keuken

Soorten brandwonden

Er zijn drie soorten brandwonden. Bij een eerstegraadsverbranding wordt je huid rood en kan soms wat opzwellen. Het kan een paar dagen pijn doen. Je verbrande huid laat na een tijdje los en je vervelt. Bij een tweedegraadsverbranding dringt de hitte dieper in je huid door. Dit is heel pijnlijk. De huid wordt rood en nat en er kan een blaar op komen. Als een tweedegraadsverbranding genezen is, kan er een litteken zichtbaar blijven. Een derdegraadsverbranding is het ergst. De hitte is dan zelfs doorgedrongen tot onder de huid. De huid is droog en kan er bruingeel tot wit of zwart uitzien. Deze verbranding doet in het begin nauwelijks pijn, omdat ook de zenuwen in de huid dood zijn. Na een derdegraadsverbranding ontstaan er altijd littekens. Een derdegraadsverbranding kan levensgevaarlijk zijn. Bacteriën kunnen gemakkelijk het lichaam binnendringen en de brandwonden kunnen gaan ontsteken. Bij een uitgebreide verbranding kan je huid niet genoeg vocht vasthouden en ook dat is gevaarlijk.

Wanneer je erg verbrand bent, word je naar een brandwondencentrum gebracht. In het brandwondencentrum zijn verpleegkundigen en psychologen getraind om patiënten met brandwonden goed te begeleiden. Al het personeel en de bezoekers dragen speciale, steriele kleding. Ook liggen de patiënten niet in grote zalen, maar in kleine kamers, zogenaamde boxen, om zoveel mogelijk bacteriën buiten de deur te houden. Elke dag maken de verpleegkundigen de brandwonden schoon, smeren ze in met zalf en dekken ze af met verband. Als de brandwonden zijn genezen, blijven er littekens over. Bij grote littekens lijkt het alsof de huid gekrompen is. Brandwondenpatiënten kunnen zich daardoor soms moeilijk bewegen. In een brandwondencentrum werken fysiotherapeuten die de huid masseren, waardoor het bewegen gemakkelijker wordt.












Patiënten met brandwonden krijgen elke dag schoon verband.

Bij heel erge brandwonden herstelt de huid vaak niet vanzelf. Dan gebruikt de dokter een stukje gezonde huid van een ander deel van je lichaam. Als iemand veel brandwonden heeft, heeft de dokter niet genoeg aan de eigen huid. Dan worden er stukjes huid van dode mensen gebruikt. Met deze donorhuid genezen de brandwonden sneller. Het doet minder pijn en de littekens zijn dan ook vaak minder erg. Donorhuid is afkomstig van mensen die, toen ze nog in leven waren, een donorcodicil hebben ondertekend.

Kinderen met brandwonden moeten zolang ze groeien regelmatig worden geopereerd door een plastisch chirurg. Dat is een dokter die probeert beschadigingen aan de buitenkant van je lichaam door operaties te herstellen. Een litteken groeit niet met je mee en daarom moet de huid op die plek elke paar jaar vervangen worden door nieuwe, gezonde huid. De dokter gebruikt daarvoor de eigen huid van de patiënt of donorhuid.

Details en informatie

  • Titel: Brandwonden
  • Auteur(s): Frans Weeber
  • Nummer: IC210
  • Niveau: 3
  • Siso: J 605.6