Noordhoff Uitgevers

Bruggen in Nederland

Nederland is een land met veel rivieren. Vroeger kon je met een platte boot van de ene naar de andere oever varen. Die boten heten pontveren. Er zijn er nog maar een paar van in Nederland. Tegenwoordig zijn over alle rivieren en kanalen bruggen gebouwd. Nederlanders zijn ervaren bruggenbouwers geworden. Toch werd de eerste grote brug in ons land gemaakt door de Romeinen. Zij waren 2000 jaar geleden de baas in Nederland. In de Middeleeuwen (500-1500) werden veel houten Romeinse bruggen weer afgebroken. Daarvoor in de plaats kwamen bruggen van steen. In Maastricht staat nog een prachtig voorbeeld uit 1275, de Sint-Servaasbrug. Dit was eerst een vaste brug.

De Sint-Servaasbrug in Maastricht is de oudste, nog bestaande, vaste brug van Nederland. Een deel van de brug kan open om grote schepen door te laten.

Onderzoek en techniek

Een brug weegt duizenden kilo's. Daarom moeten de oevers van rivieren en kanalen worden verstevigd, voordat er een brug komt. Dit gebeurt met landhoofden. Landhoofden zijn steunpunten van beton. Ze liggen voor een deel onder de grond in de oever. Pijlers zijn steunpunten in het water. Hoe langer de brug is, hoe meer pijlers deze nodig heeft. Samen met de landhoofden vormen de pijlers de onderbouw van een brug. Alles wat daarbovenop ligt, heet bovenbouw.
Natuurlijk kun je niet zomaar een brug gaan bouwen. Ingenieurs doen eerst maandenlang onderzoek. Daar hebben ze techniek voor gestudeerd. Ze kijken hoe breed de brug moet worden, hoe hoog en hoe zwaar. En van welk materiaal de brug moet worden gebouwd. Eerst wordt de brug in het klein gemaakt. Er worden proeven mee gedaan. De bouwers kijken of de brug niet gaat trillen bij zwaar weer. En of het materiaal kou en warmte aankan. Dan pas kan het echte werk beginnen.

In Amsterdam zijn de grachten en de bruggen beroemd.

Bij bijna alle bruggen die nu worden gebouwd, wordt de uitbouwmethode gebruikt. De bouwers werken naar elkaar toe vanaf de oever. Zo kunnen de schepen zo lang mogelijk passeren. Op het laatst ontbreekt alleen nog het middelste stuk. Dan komen de drijvende bokken in actie. Dat zijn grote, sterke, drijvende hijskranen. Ze tillen het laatste stuk, het sluitstuk, precies op zijn plaats. Een enorme klus.

De meeste moderne bruggen zijn hangbruggen. Ze hangen aan pylonen. Dat zijn lange palen die diep in de grond zitten en hoog boven alles uitsteken. Aan de pylonen zitten kabels vast. Die worden tuidraden genoemd. Aan deze kabels hangt de vloer van de brug, het brugdek. Deze hangbruggen zijn vaste bruggen.
Er zijn ook beweegbare bruggen. Een deel van de brug kan dan open. Dat is makkelijk voor schepen die er niet onderdoor kunnen varen.
Er bestaan zelfs bruggen die gebouwd zijn van grote ijzeren bakken vol lucht. Deze heten pontonbruggen. Het zijn meeneembruggen, want de onderdelen kunnen op vrachtwagens worden vervoerd.

Details en informatie

  • Titel: Bruggen in Nederland
  • Auteur(s): Jan-Willem Driessen
  • Nummer: ic048
  • Niveau: 3
  • Siso: J 618.8

Audio luisteren