Noordhoff Uitgevers

De Beemster

Ten noorden van Amsterdam ligt de Beemster. Dit gebied was vroeger een groot meer. Omdat er in de zeventiende eeuw (1600-1700) behoefte was aan landbouwgrond, werd het meer droog gepompt. Aan het landschap in de Beemster kun je goed zien hoe men vroeger dacht over land dat je zelf had gemaakt en de indeling daarvan. De Beemster bestaat uit rechte wegen, rechte sloten en vierkante akkers. Zelfs de boerderijen zijn vierkant. Als je door de polder loopt, loop je eigenlijk door een levend geschiedenisboek. We beseffen tegenwoordig dat het belangrijk is erfgoed te beschermen. Anders maakt iemand misschien plannen voor een snelweg of een woonwijk in zo'n gebied. Zo blijft de geschiedenis zichtbaar. Daarom is de Beemster in 1999 op de werelderfgoedlijst gezet. Niet alleen de polder, maar ook de rij molens die nodig waren om het water weg te pompen wordt nu beschermd.

Hier kun je goed zien dat de polder lager ligt.

Nieuw land

Al sinds de middeleeuwen (1000-1500) wordt er in Nederland nieuw land 'gemaakt'. Het begon met het leggen van dijkjes om akkers die vaak onder water liepen. Later ging men meertjes droogleggen.
Rond 1600 was Amsterdam een belangrijke havenstad. Door de handel was er veel werk. Daarom trokken veel mensen naar de stad. Die mensen hadden natuurlijk ook eten nodig. Om extra landbouwgrond te krijgen, ging men het Beemstermeer droogmalen. Jan Adriaanszoon Leeghwater kreeg de opdracht om molens te bouwen voor de klus. Er waren 43 molens nodig om het meer leeg te pompen. Eerst werd er om het meer een ringdijk gebouwd. De grond die hiervoor nodig was, werd naast de dijk uitgegraven. Zo ontstond de ringvaart, die het water moest afvoeren. Daarna begonnen de molens te malen en in 1612 viel de Beemster droog.
In het nieuwe land waren ook wegen nodig. Die legde men op gelijke afstand van elkaar aan, van noord naar zuid en van oost naar west. Zo ontstonden er stukken land die precies vierkant waren. Niet alleen de akkers in de Beemster zijn vierkant, veel boerderijen ook. Deze boerderijen komen alleen in en rond de Beemster voor.

Droge voeten houden

Toen de Beemster was drooggevallen, moesten de molens blijven werken. Anders zou het land weer onder water komen te staan door de regen. Maar de molens waren afhankelijk van het weer. Was er te weinig wind, dan draaiden de molens niet en werd er niet gepompt. Daardoor bleef de Beemster soms niet goed droog.
Vanaf de negentiende eeuw werden er gemalen ingezet om het land droog te houden. De eerste gemalen liepen op stoom, nu werken ze op elektriciteit. Ze zijn dus niet meer afhankelijk van de wind. Bovendien kunnen ze meer water wegpompen dan de molens.

Wereldwijd

Leeghwater was al beroemd in Nederland en in het buitenland. Het is wereldwijd bekend dat Nederlandse bedrijven heel goed zijn in het maken van land. Daarom worden ze vaak gevraagd om in het buitenland te helpen bij droogleggingen. In 2005 heeft een Nederlands bedrijf bijvoorbeeld in Dubai een eiland in de vorm van een palmboom gemaakt. Op dit eiland staan nu luxe appartementen en villa's. Door Nederlandse bedrijven en uitvinders wonen en werken nu veel mensen in Nederland én daarbuiten op grond die eerst onder water lag.

Buitenlandse baggerboten spuiten land in de zee bij Dubai. Zo ontstaat er een eiland. Deze baggerboot is bezig met het project 'The World'. Alle eilanden bij elkaar lijken op een wereldkaart.

Details en informatie

  • Titel: De Beemster
  • Auteur(s): Lynette de Ruijter
  • Nummer: IC319
  • Niveau: 3
  • Siso: J 699.5