Noordhoff Uitgevers

De fiets

Nergens wordt zo veel gefietst als in Nederland. Bijna iedereen heeft een fiets. Dat komt natuurlijk omdat Nederland vlak is. En de afstanden zijn meestal niet zo groot. Maar in Nederland ligt wel 30 duizend kilometer fietspad! 
Een fiets is een vervoermiddel. Op de fiets kun je sneller ergens naartoe dan lopend. Je komt vooruit door je spieren te gebruiken. Als je op de pedalen of trappers trapt, gaan ze ronddraaien. Hierdoor gaan andere onderdelen van de fiets ook bewegen. 

Soorten fietsen

Je hebt verschillende soorten fietsen. Een omafiets met terugtraprem zie je veel in de stad. Je remt door de pedalen naar achteren te trappen. Bakfietsen hebben een bak voorop waar kinderen of spullen in kunnen. Op een racefiets kun je heel snel fietsen. En met een mountainbike kun je over heuvelachtig terrein crossen. Een elektrische fiets of e-bike heeft een elektrische motor. Hierdoor trap je lichter.

Bij een fietscross race je op een BMX-fiets over een soort skatebaan met hindernissen. Een BMX-fiets heeft kleine banden en een laag zadel.

Hoe zit een fiets in elkaar?

Een fiets bestaat uit veel onderdelen. Een metalen frame is de basis van de fiets.
Het bestaat uit holle buizen van staal of aluminium die aan elkaar zijn gemaakt. Aan het frame komen de wielen, het stuur, de trappers en het zadel. Het voorwiel zit vast aan de voorvork. En het achterwiel aan de achtervork. In de wielen zitten spaken, staafjes van metaal. De spaken maken het wiel stevig. Belangrijk voor een fiets is natuurlijk de rem. Dat kan een terugtraprem of een handrem zijn. Op veel fietsen zit ook een versnelling. Hiermee kunnen de wielen in verschillende snelheden draaien ten opzichte van de pedalen.
De meeste fietsen worden in fabrieken gemaakt. Als je fiets stuk is, kun je hem naar de fietsenmaker brengen.

Details en informatie

  • Titel: De fiets
  • Auteur(s): Darja de Wever
  • Nummer: 61
  • Niveau: 2
  • Siso: J 657.4