Noordhoff Uitgevers

De manege

Wie van paarden houdt maar zelf geen paard heeft, kan naar een manege (zeg: maneezje). Daar kun je leren paardrijden. Maneges hebben meestal paarden en pony's. Een kind kan het best beginnen met een pony. Een volwassen ruiter rijdt meestal op een paard. Maneges zijn ontstaan om soldaten te leren paardrijden. Rond 1800 konden ook gewone mensen naar een manege. In Nederland staan ongeveer zeshonderd maneges. Veel zijn er op het platteland, in een bos of aan het strand. Maar midden in Amsterdam en Den Haag staan nog maneges uit de 19e eeuw (1800-1900). Daar kun je nog steeds leren paardrijden.

Paardrijles heb je soms alleen, maar meestal met ongeveer zes kinderen tegelijk.

Voor je gaat rijden

Een paard moet eerst geborsteld en opgetuigd worden voor je erop kunt rijden. De hoeven moeten worden schoongemaakt. Dan kun je het paard optuigen. In de stal hangt het zadel van het paard. En de riemen die achter de oren, onder de keel en om de neus van het paard komen te zitten. Die riemen heten samen het hoofdstel. Aan het hoofdstel zit een bit. Dat is een stuk metaal dat het paard in de mond heeft. De teugels zitten eraan vast. Zo kan de ruiter het paard besturen. Op de rug van het paard komt het zadel te liggen. Met een riem die singel heet, blijft het zadel op z'n plek. Via de stijgbeugels stap je op het paard.

Een les bij een manege duurt meestal een uur. Je leert om goed op het paard te zitten en op de goede manier de teugels vast te houden. Je leert ook hoe je het paard naar je kunt laten luisteren. Na een paar lessen kun je al een beetje paardrijden. Als je het echt goed wilt leren, ben je wel een paar jaar bezig. Bij veel maneges kun je ook aan wedstrijden meedoen. Soms worden er buitenritten georganiseerd. Dan ga je met een groepje rijden in de bossen of op het strand. Wie helemaal gek is van paardrijden, kan naar een ponykamp. Dan logeer je een week op een manege. Je rijdt elke dag en leert ook veel over paarden en hun verzorging.

Paarden genieten ook erg van een buitenrit!

In een manege werken paardenverzorgers. Zij geven de paarden te eten en maken de stallen schoon. Ze kennen de paarden goed. Er werken ook instructeurs. Zij geven paardrijles. Ze weten veel van paarden én van paardrijden. Ze weten ook hoe je dat het best aan iemand kunt leren. Elke twee maanden komt de hoefsmid langs in de manege. Hij zorgt dat de hoeven van de paarden niet te lang worden, en geeft de paarden hoefijzers om de hoeven te beschermen. Wordt een paard ziek of kreupel, dan komt de dierenarts langs. Voor al deze beroepen kun je speciale opleidingen volgen.

Details en informatie

  • Titel: De manege
  • Auteur(s): Moniek van Zijl
  • Nummer: JC183
  • Niveau: 1
  • Siso: J 618.4