Noordhoff Uitgevers

De pest

Tussen 1347 en 1351 heerste er een gevaarlijke epidemie in Europa, die de Zwarte Dood werd genoemd. Bijna eenderde deel van de bevolking stierf aan de pest, een gruwelijke ziekte. Genezing was bijna niet mogelijk. Mensen die de pest kregen, waren meestal binnen een paar dagen dood. Overal waar de Zwarte Dood uitbrak, ontstond chaos en paniek. Mensen vluchtten angstig weg. Maar daardoor namen ze de ziekte juist mee naar andere gebieden. Een pestepidemie was vreselijk. Artsen konden er weinig tegen doen. Bovendien wist niemand waar de pest vandaan kwam. Sommigen dachten dat de ziekte te maken had met de stand van de planeten. Pas in 1894 werd de oorzaak ontdekt.

Ratten kunnen de pest overbrengen.

Ratten en vlooien

In december 1346 kwam de pest naar Europa. De ziekte werd meegenomen door kooplieden uit Italië, die met hun schepen naar China voeren. De pest verspreidde zich langs de grote handelswegen over land, maar ook en vooral over zee. In januari 1348 bereikte de pest de Franse havenstad Marseille. In de zomer was Parijs aan de beurt. In 1349 verspreidde de epidemie zich over Engeland, Schotland en Scandinavië. Veel mensen stierven.

Het duurde lang voordat de oorzaak van de pest werd gevonden. In 1894 zag de Zwitserse bioloog Yersin de veroorzaker van de pest door zijn microscoop: de pestbacterie. Pestbacteriën leven in en van het bloed van knaagdieren, bijvoorbeeld in dat van de zwarte rat. De bacteriën worden overgebracht door vlooien. Als een rattenvlo het bloed van een zieke rat drinkt, krijgt hij de pestbacterie in zijn lichaam. Bijt de vlo daarna een mens, dan kan hij of zij pestbacteriën in het bloed krijgen. Een paar dagen nadat een mens gebeten is, ontstaat er een pijnlijke bobbel of buil in de hals, oksel of liezen. De buil is zwart, hard en zo groot als een ei. Het slachtoffer krijgt vreselijke hoofdpijn, woedeaanvallen en koorts. Er ontstaan zwarte vlekken op de huid. Vandaar de naam Zwarte Dood. Meestal overleed een zieke op de vierde dag aan uitputting. Er waren echter ook mensen die de builenpest overleefden, al was de kans op genezing heel klein.
Nog veel gevaarlijker dan de builenpest was de longpest. Die kreeg je doordat je de pestbacterie direct in je longen inademde. Een zieke met longpest hoestte bloed op en was binnen twee of drie dagen dood.

In Nederland begon de pest meestal in havensteden. Zo werden Amsterdam en Rotterdam tussen 1467 en 1666 zeker dertig keer door de pest getroffen. Ook Leiden, Gouda en Dordrecht kregen het zwaar te verduren. Pestlijders werden soms opgevangen en verzorgd in een pesthuis.

In Tilburg stond ook een Pesthuis. Daar werden pestlijders opgevangen.

Na 1668 kwam de pest bijna niet meer voor in Nederland. Dat kwam waarschijnlijk doordat mensen meer oog kregen voor hygiëne. Ook werd de controle op schepen uit pestlanden beter. Bovendien werd de armoede minder. De mensen konden betere voeding kopen. En langzamerhand verdwenen ook de zwarte ratten uit de huizen en straten.
Af en toe zijn er nog mensen in Zuid-Amerika en Azië die de pest krijgen. Zoals tijdens de oorlog in Vietnam in de jaren 1960-1970.

Details en informatie

  • Titel: De pest
  • Auteur(s): Hella de Groot
  • Nummer: IC090
  • Niveau: 3
  • Siso: J 614.52