Noordhoff Uitgevers

De post

Een brief voor iemand bij jou in de straat kun je gemakkelijk zelf bezorgen. Maar een brief die iets verder moet, gooi je in de rode brievenbus. Zes dagen per week wordt die bus geleegd. Postbodes brengen de inhoud van de brievenbussen naar een bestelkantoor. Van daaruit wordt de post naar een sorteercentrum gebracht. Dat is een enorme hal waar alle post wordt gesorteerd. Dat gebeurt met machines die de postcodes op enveloppen kunnen lezen. Een postcode bestaat uit vier cijfers en twee letters. Daaraan kan de machine zien waar de post naar toe moet.

Je kunt het je misschien niet voorstellen, maar nog niet zo lang geleden bestonden er geen postcodes.

Postbodes door weer en wind

In Nederland staan zes sorteercentra. Elk sorteercentrum krijgt de post die in die regio in de brievenbus is gegooid. Na sortering brengen vrachtwagens de post naar andere sorteercentra of naar het juiste bestelkantoor in de eigen regio. 's Morgens vroeg gaan postbodes daarnaar toe. Elke postbode heeft een vaste wijk. In het bestelkantoor leggen de postbodes alle post op volgorde van postcode. Dan gaat het bezorgen straks sneller. Ook als het regent of sneeuwt, moet de post worden bezorgd. Postbodes hebben dan regenkleding aan. Sommige postbodes bezorgen de post met een auto. Op Texel bijvoorbeeld. Daar staan de huizen ver uit elkaar. De Biesbosch is een gebied met veel water. Daar gebruikt de postbode een boot.

Vroeger droeg een postbode een zware tas met de post. Gelukkig kan hij tegenwoordig een wagentje gebruiken.

Het bezorgen van post kost geld. Met postzegels betaal je daarvoor. Vroeger ging het andersom. Toen moest de geadresseerde betalen. Soms wilde die dat niet. Dan had de postbode de hele reis voor niets gemaakt. Daarom betaalt de afzender tegenwoordig zelf. Met postzegels. Die kun je ook sparen. Elk land geeft zijn eigen postzegels uit. Zegels uit andere landen zien er vaak prachtig uit. Er staan bijvoorbeeld bijzondere dieren of planten uit die landen op. Maar ook Nederlandse postzegels zijn mooi. De eerste Nederlandse zegel is uit het jaar 1852. Als je alle postzegels van ons land wilt sparen, ben je dus wel even bezig.

Voor veel mensen is het verzamelen van postzegels een leuke hobby.

Tegenwoordig heeft bijna iedereen een computer. De meeste computers zijn op internet aangesloten. Dan is het mogelijk om een e-mail te versturen. Dat gaat heel snel. Je typt een brief op het beeldscherm. Daarna belt de computer via een modem het internet en stuurt het bericht naar de computer van de geadresseerde die ook een e-mailadres heeft. Het bericht gaat met één druk op de knop van A naar B. Het maakt niet uit, hoever A van B af ligt. Een bericht naar je buurmeisje gaat net zo snel als een e-mail naar je penvriend in Amerika. Pen en papier zijn niet meer nodig. E-mail is snel, gemakkelijk en goedkoop.

E-mail type je op de computer. Je verstuurt het met een speciaal e-mailprogramma zoals Outlook.

Details en informatie

  • Titel: De post
  • Auteur(s): Karin Groet
  • Nummer: jc055
  • Niveau: 1
  • Siso: J 376.2

Video bekijken