Noordhoff Uitgevers

De regering

Bijna elke dag zie je ministers of de minister-president op het nieuws. Ze praten dan met journalisten of zitten in de Tweede Kamer. Ministers regelen allerlei belangrijke zaken voor het land en maken nieuwe wetten. Samen met de koningin vormen ze de regering. De regering bestuurt het land, maar is niet de baas. Dat is het parlement. Omdat Nederland een democratie is, zittten in het parlement mensen die door het volk gekozen zijn.
Het parlement bestaat uit de Eerste Kamer en de Tweede Kamer. De mensen die in het parlement zitten, vergaderen veel, behalve in de zomermaanden. Prinsjesdag is de eerste dag na de zomer waarop de regering en het parlement weer met elkaar gaan vergaderen. Alles wat de regering doet, moet goedgekeurd worden door het parlement. Als de regering een nieuwe wet voorstelt, gaat de Tweede Kamer daarover stemmen. De wet komt er alleen als meer dan de helft van de Tweede Kamerleden vòòr stemt.

De regeringsgebouwen op het Binnenhof in Den Haag.

De Tweede Kamer

De regering moet gesteund worden door een meerderheid van de leden van de Tweede Kamer. In de Tweede Kamer zitten 150 mensen, die bij verschillende politieke partijen horen. Om de steun van de meerderheid te hebben, moeten dus minstens 76 Tweede Kamerleden de regering steunen. Maar in Nederland krijgt geen van de politieke partijen zoveel stemmen dat er 75 leden van die politieke partij in de Tweede Kamer komen. Daarom gaan twee of meer politieke partijen samenwerken, zodat ze samen 76 of meer Tweede Kamerleden hebben die de regering steunen. Deze partijen heten de regeringspartijen. Ze vormen de regering door uit hun partij mensen te kiezen die minister worden in de nieuwe regering. De partijen die niet in de regering zitten, heten de oppositiepartijen.

Nederland heeft een koning of koningin als staatshoofd. Maar de koningin heeft in Nederland weinig macht. Ze zit wel in de regering, maar de ministers regeren. Zij nemen besluiten en maken wetten. De koningin mag zich daar niet mee bemoeien.
Iedere minister heeft zijn eigen taak. De minister van Binnenlandse Zaken is bijvoorbeeld de baas van de politie en de ambtenaren. De minister van Defensie beslist over het leger. De minister-president is de leider van de ministers. Eén keer per week vergaderen alle ministers met elkaar. De minister-president is de voorzitter. Elke minister vertelt wat hij of zij van plan is. Als de andere ministers het ermee eens zijn, kunnen de plannen doorgaan. Na afloop van deze vergadering vertelt de minister-president op de televisie wat er door de ministers samen, door het kabinet besloten is.

Alle ministers komen een keer per week bij elkaar om te vergaderen.

Meestal zijn de regeringspartijen in de Tweede Kamer het eens met de plannen van de regering. De oppositie is vaak tegen die plannen. Een politieke partij kan een motie indienen tegen een plan. In de motie wordt de minister gevraagd de plannen te veranderen. Als de regeringspartijen niet vòòr de motie stemmen, wordt die verworpen. Als de Tweede Kamer een motie wèl aanneemt, moet de minister daar rekening mee houden. Doet de minister dat niet, dan kan de Tweede Kamer de minister wegsturen of kan de minister zelf aftreden.

Details en informatie

  • Titel: De regering
  • Auteur(s): Jakob van Sonderen
  • Nummer: IC225
  • Niveau: 4
  • Siso: J 393.2