Noordhoff Uitgevers

De vuurtoren (Mini Informatiereeks)

Een vuurtoren staat dicht bij de zee of bij een haven. Meestal is een vuurtoren hoog en heeft hij felle kleuren. Overdag zie je hem al van ver. Maar in het donker zie je de toren nog beter, want helemaal bovenin brandt een heel fel licht. Het licht van de vuurtoren is bedoeld voor schepen op zee. Dankzij het licht kan de schipper zien waar het land begint. 

Lamp

Het felle licht van een vuurtoren komt van een heel grote lamp. Daaromheen staan spiegels. Van die spiegels wordt het licht nog feller. Bij een haven is het licht van een vuurtoren groen of rood. Aan de kust is het geel of wit. Elke vuurtoren heeft ook een eigen lichtteken. Je ziet de lichtstraal bijvoorbeeld twee keer kort, en daarna is het even donker. Door dat lichtteken kan de schipper elke vuurtoren in het donker herkennen. 

Lichthuis

Onder in een vuurtoren is een deur. Daarachter begint een ronde trap, een wenteltrap. Die gaat helemaal naar boven. Aan het eind van de trap is een kamer met computers en andere apparaten. Nog iets hoger is de ruimte met de lamp. Die ruimte heet het lichthuis. Lang geleden waren er nog geen lampen. Toen werd er boven op de toren een vuur gestookt. De man die in de toren woonde sjouwde elke dag hout naar boven. Het was zwaar werk. 


De lamp in een vuurtoren geeft evenveel licht als drie miljoen kaarsen.

Radar

Tegenwoordig hebben bijna alle schepen een radar aan boord. Die radar meet alles in de omgeving. De schipper kan dat zien op een scherm. Ook de vuurtoren heeft een radar, om de schepen te zien. Zijn er dan nog wel lampen nodig? De schippers zeggen van wel. Kleine bootjes hebben niet allemaal een radar. En soms is de radar stuk. Zonder het licht van de vuurtoren zouden er schepen verdwalen of botsen. Daarom brandt het licht van bijna elke vuurtoren nog steeds.  

Details en informatie

  • Titel: De vuurtoren (Mini Informatiereeks)
  • Auteur(s): Meis Thewissen
  • Nummer: 418
  • Niveau: 1
  • Siso: J 658.54