Noordhoff Uitgevers

Elektriciteit (Informatiereeks)

Elektriciteit en magnetisme hebben met elkaar te maken. Dat werd in 1820 ontdekt: als je elektriciteit door een stroomdraad laat lopen, wordt de draad magnetisch. En: als je een magneet beweegt langs een stroomdraad, gaat er in de draad stroom lopen. Deze ontdekkingen zijn ontzettend belangrijk geweest voor twee uitvindingen, de elektromotor en de dynamo. In veel apparaten zit zo’n motor, bijvoorbeeld in een wasmachine, een roltrap of in de harde schijf van je computer. En de dynamo zorgt er bijvoorbeeld voor dat er stroom uit het stopcontact komt en dat je fietslamp brandt.
Vroeger hadden mensen geen tv, afwasmachine en computer. Met al deze apparaten is het leven gemakkelijker en sneller geworden. Elektriciteit zorgt niet alleen voor gemak en snelheid. Dankzij elektriciteit zijn er ook apparaten ontwikkeld die levens kunnen redden, zoals een pacemaker die voor het juiste hartritme zorgt.


Apparaten in huis kunnen hun werk doen dankzij deze zonnepanelen. Met een zonnepaneel kan elektriciteit worden opgewekt. De energie van de zon wordt dan omgezet naar elektrische energie. Dit is schone energie.

Wat is elektriciteit?

Elektriciteit en stroom betekenen hetzelfde. Een elektriciteitsdraad is dus hetzelfde als een stroomdraad. Om te begrijpen wat elektriciteit is, moet je weten dat er door een elektriciteitsdraad elektronen stromen. Deze superkleine deeltjes zitten in atomen en dat zijn de bouwdeeltjes van alles wat bestaat. In sommige materialen, zoals koper en ijzer, kunnen elektronen gemakkelijk van het ene atoom naar het andere overspringen. En dat is elektriciteit: bewegende of stromende elektronen.
Om een lamp te laten branden, moeten elektronen rond kunnen stromen: van het stopcontact naar de lamp en dan weer terug naar het stopcontact. Als je de stekker van de lamp uit het stopcontact haalt, kunnen de elektronen niet meer rondstromen en brandt de lamp niet meer.
Bij elektriciteit zijn twee eigenschappen belangrijk: de kracht waarmee elektronen worden rond geduwd (de spanning, gemeten in volt) en de hoeveelheid elektronen die er per seconde door een draad stromen (de stroomsterkte, gemeten in ampère). Een apparaat heeft spanning en stroom nodig om te kunnen werken.
Alle apparaten werken op een spanningsbron: batterijen, het stopcontact (eigenlijk het elektriciteitsnet) en zonnecellen. 

Elektriciteit wordt in een elektriciteitscentrale opgewekt. Vanuit de centrale wordt de stroom eerst in hoogspanningskabels boven de grond vervoerd, daarna via kabels in de grond. In de centrale wordt elektriciteit opgewekt door gas en steenkool. Er zijn ook andere mogelijkheden om energie op te wekken: door stromend water bij een stuwdam of door wind bij een windturbine. Dit wordt schone energie genoemd, omdat er geen luchtvervuiling is door verbranding van kolen of gas.

Elektriciteit in de natuur

Een andere vorm van elektriciteit is statische elektriciteit. Door wrijving veranderen elektronen van plaats. Op de ene plek ontstaat een teveel aan elektronen, op een andere plek is er een tekort. De elektronen kunnen niet weg omdat er geen geleider is. Bliksem is net zoiets. Tijdens onweer zijn de elektronen in een wolk niet gelijkmatig verdeeld. Aan de ene kant van een wolk zijn er teveel, aan de andere kant te weinig. Als de elektronen dan weer bij elkaar komen, krijg je een vonk: het bliksemt.
In je eigen lichaam zit ook elektriciteit. Je hart wekt zwakke stroompjes op. Hierdoor trekt het hart zich samen en pompt het bloed door je lichaam. Niet bij iedereen pompt het hart zoals het moet. Een pacemaker kan dan helpen. Dit apparaatje wordt bij het hart geplaatst en geeft stroomstootjes af. Zo pompt het hart weer in het goede ritme.


Bliksem ontstaat door statische elektriciteit. Een bliksemstraal is een gigantische verzameling elektronen die overspringen van een plaats met een teveel aan elektronen naar een gebied met te weinig.

Dit is een samenvatting van Informatieboekje 66 Elektriciteit. 

Details en informatie

  • Titel: Elektriciteit (Informatiereeks)
  • Auteur(s): Gerda Végh
  • Nummer: 66
  • Niveau: 4
  • Siso: J 535