Noordhoff Uitgevers

Elfstedentocht

De Elfstedentocht is de belangrijkste schaatstocht van Nederland. Het is een tocht van 200 kilometer over natuurijs. De Elfstedentocht gaat langs elf Friese steden. Er doen ongeveer zestienduizend mensen aan mee. Dat is bij elkaar een heel gewicht! Daarom moet het ijs overal minstens vijftien centimeter dik zijn. Voordat de Elfstedentocht kan worden gehouden, moet het dus heel hard vriezen. Dan pas kan de tocht beginnen.

De tocht der tochten

De Elfstedentocht wordt ook wel 'de tocht der tochten' genoemd. De tocht moet in één dag worden gereden. Dat maakt de Elfstedentocht zo bijzonder.
In Leeuwarden is de start en de finish. Er zijn een paar honderd wedstrijdrijders. Die proberen natuurlijk allemaal de wedstrijd te winnen.
Als de wedstrijdrijders een tijdje op weg zijn, starten de toerrijders. Dat zijn er duizenden. Voor deze schaatsers is het halen van de finish het belangrijkst.
De eerste Elfstedentocht werd gehouden in 1845. Er deden drie Friese mannen aan mee. Ze deden veertien en een half uur over de tocht.
In 1890 reed Pim Mulier de tocht in twaalf uur en 55 minuten. Dat was toen een recordtijd. Het was toen de snelste tijd waarin de tocht ooit was geschaatst.
Steeds meer mensen wilden die tocht schaatsen. In de winter van 1890-1891 gingen honderden Friezen over het ijs. De eerste echte wedstrijd was op 2 januari 1909. Er waren 23 deelnemers. Ze schaatsten op Friese doorlopers. Dat zijn houten schaatsen met ijzers. Je bindt ze met riemen onder je schoenen. In 1909 werd de Vereniging De Friesche Elf Steden opgericht. Die organiseert de tocht en zorgt voor de veiligheid.

Tegenwoordig wordt er veel op noren geschaatst.

Sinds 1909 zijn er vijftien tochten gereden. Als het ijs niet dik genoeg is, wordt er niet gereden. Zo is er tussen 1963 en 1985 nooit een Elfstedentocht geweest. In 1997 werd de tocht voor de vijftiende keer gereden. Er waren toen 16.626 deelnemers. Sommige Elfstedentochten waren echte verschrikkingen. Op 12 februari 1929 vroor het achttien graden. Er stond een enorm harde wind. Veel mensen die zouden deelnemen aan de toertocht, bleven thuis. De meeste wedstrijdrijders haalden de eindstreep niet. Een van de deelnemers verloor door de kou een grote teen. Die heeft hij op sterk water gezet en tot zijn dood bewaard, als aandenken aan die barre tocht.
De Elfstedentocht begint 's morgens om half zes in Leeuwarden. De deelnemers rennen eerst 1900 meter naar het ijs. Daar binden ze hun schaatsen onder. Dan gaan ze in het donker op weg naar Sneek. Op sommige plekken op de route kan niet worden geschaatst. Omdat het ijs te slecht is. Op die plaatsen moeten de schaatsers klunen. Dat is een Fries woord voor lopen of kruipen met de schaatsen aan.

Op de kluunplaatsen ligt meestal stro, kleden of planken. Dat is om de schaatsen te beschermen.

Details en informatie

  • Titel: Elfstedentocht
  • Auteur(s): Gerda Telgenhof
  • Nummer: IC019
  • Niveau: 3
  • Siso: J 618.11