Noordhoff Uitgevers

Ezels

Ezels zijn hele sterke dieren. Ze kunnen zware spullen op hun rug dragen. Of een kar trekken. Dat gebeurde 5500 jaar voor Christus al. Dat weten we omdat er ezels staan afgebeeld op oude Egyptische vazen. Ezels kwamen vroeger alleen in Azië en Afrika voor. Ze droegen handels-waren van China naar landen rond de Middellandse Zee. Zo kwamen ze in Europa terecht. Als de handelaren hun spullen hadden verkocht, lieten ze hun ezels achter. Ze waren niet meer nodig. De Grieken gingen de ezels toen gebruiken om in de wijn-gaarden te werken. Ezels konden prima op de smalle paadjes lopen. En natuurlijk droegen ze dan manden vol met druiven.

Ezels zijn heel sterk. Maar als ze niet willen, zijn ze met geen stok vooruit te krijgen.

Hobbydieren

Nederland gebruikten ze vroeger soms ezels om op het land te werken. Ze werden ook door rijke mensen gekocht. Die gaven ze aan hun kinderen. De ezel spanden ze dan voor een wagentje. Zo leerden de kinderen mennen. Ook aan het strand zag je vroeger vaak ezels. Mensen konden een ritje op hun rug maken. Tegenwoordig worden ezels vooral als hobby-dier gehouden. Gewoon voor de lol dus. Soms zie je bij een kinder-boerderij een ezel. Maar heel erg vaak kom je ze in Nederland eigenlijk niet tegen. Dat heeft vooral met ons klimaat te maken. Een ezel kan slecht tegen kou en regen. Hij krijgt er bronchitis van, een ziekte waarbij hij veel hoest.

Wie in Nederland een ezel wil houden, moet zorgen voor een droge en warme stal. Ook in de wei moet een schuilhut met een droge vloer staan. De hoeven van een ezel kunnen niet goed tegen vocht. Verder vinden ezels het gezellig om met andere dieren samen te zijn. Dat kunnen ezels zijn, maar ook koeien, paarden, pony's of geiten. Een ezel is namelijk een kuddedier. Een ezel die lang alleen is, gaat balken. Dan hoor je i-a, i-a. Dat is een heel hard geluid. De ezel probeert zo contact te maken met andere ezels.

Ezels zijn gezelschaps-dieren. Ze vinden aandacht fijn.

Ezels zijn planten-eters. Ze eten veel gras, maar ook droog, ruw voedsel. Bijvoorbeeld hooi en stro. De eigenaar mag de ezel ook af en toe wat extra voer geven. Een ezel vindt een stuk brood, een appel of een wortel heerlijk. Maar het mag niet teveel zijn. Er moet wel altijd schoon water klaar staan. Door een speciale liksteen in de stal krijgt een ezel genoeg zout binnen. Als je een ezel in een weiland wilt houden, moet je die wei eerst goed nakijken. Van boter-bloemen of klap-rozen kan een ezel heel ziek worden. Ook de struiken langs de wei kunnen gevaarlijk zijn. Giftige planten moet je daar echt weg halen.

Details en informatie

  • Titel: Ezels
  • Auteur(s): Marjon Sarneel
  • Nummer: JC203
  • Niveau: 1
  • Siso: J 633.5