Noordhoff Uitgevers

Filosofie

Filosoferen is vragen stellen bij dingen die gewoon lijken, maar die eigenlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend zijn. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen: Duurt een uur altijd even lang? Is een mens belangrijker dan een dier? Kun je langzaam blij worden? Het gaat dus niet over vragen waarop maar één antwoord kan zijn, zoals: Hoeveel maanden heeft een jaar?
Op filosofische vragen zijn altijd verschillende antwoorden mogelijk. En jouw antwoorden verschillen meestal van de antwoorden van iemand anders. Als je samen met anderen filosofeert, denk je zelf na en volg je ook hoe iemand anders denkt. De beroemde Griekse filosoof Socrates leerde zijn leerlingen filosoferen door samen met hen door te denken over antwoorden op vragen.
Het woord filosofie komt van het oude Griekse woord "philosophia". "Philo" betekent "die houdt van" en "sophia" betekent wijsheid. Filosofie is dus houden van of verlangen naar wijsheid. Een ander woord voor filosofie is wijsbegeerte.

Socrates filosofeert met zijn leerlingen.

Argumenten

Filosofie is een echt vak. Sommige filosofen werken op een universiteit en geven daar les of doen onderzoek. Anderen werken bijvoorbeeld in een bibliotheek, bij de overheid, in een bedrijf, of als journalist bij een krant. Filosofen kunnen namelijk goed over een vraag nadenken en problemen van verschillende kanten bekijken.
Filosofen kunnen ook goed zeggen wat ze van iets vinden en waaróm ze die mening hebben. Ze kunnen goed argumenteren.
Omdat filosofen iets zo goed van verschillende kanten kunnen bekijken, wordt hun advies vaak gevraagd bij ethische vragen. Een ethische vraag gaat over goed of fout gedrag, en het bepalen van de grenzen daarvoor. Het gaat bijvoorbeeld om: Hoe ver kun je gaan met het leven van mensen, dieren en planten? Hoe ver kun je gaan met het milieu en de techniek?

Een ethische vraag: mag je proeven doen op dieren?

Hoe lang filosofie al bestaat, is niet bekend. De oude Grieken hielden zich er al mee bezig, ver voor het begin van onze jaartelling. Socrates en Plato zijn bekende Griekse filosofen. Wat zij bedachten, beïnvloedt onze manier van denken soms nog steeds.
Socrates leefde van 470 tot 397 voor Christus in Athene. Hij was een arme man, die altijd op blote voeten door de stad liep. "Het enige wat ik weet, is dat ik niets weet", zei hij vaak. Door iedereen vragen te stellen, hoopte hij steeds meer te weten te komen. Al snel stond hij in Athene bekend als een wijs man.
Socrates en bepaalde andere filosofen uit het verleden zijn bekend geworden om hun denkbeelden. Wat ze bedachten was zo nieuw of anders, dat ze daarna weer anderen aan het denken zetten. Omdat de denkbeelden zijn opgeschreven, kunnen we er nu nog steeds op doordenken.
Voorbeelden van bekende filosofen uit latere tijden zijn de Franse filosofen Descartes, Sartre en De Beauvoir. De Nederlandser Bas Haring schreef een paar jaar geleden een filosofieboek voor kinderen: "Kaas en de evolutietheorie". Hij behandelt daarin filosofische vragen op een grappige manier.

Als je filosoof wilt worden, moet je nieuwsgierig zijn naar de wereld om je heen. Je moet met woorden goed kunnen uitleggen wat je denkt en waarom. En het is belangrijk dat je luistert naar de anderen in een groep. Dat iemand anders iets anders denkt dan jij doet er niet toe. Alle ideeën zijn even belangrijk, foute antwoorden bestaan niet. Filosoferen is niet tegen, maar mét elkaar denken.
Op sommige scholen wordt les in filosofie gegeven. Je leert dan om met anderen vragen te stellen en problemen van verschillende kanten te bekijken. Er is nooit één antwoord dat goed is.

Details en informatie

  • Titel: Filosofie
  • Auteur(s): Annemarie van den Brink
  • Nummer: IC230
  • Niveau: 5
  • Siso: J 110