Noordhoff Uitgevers

Ganzen

Ganzen zijn watervogels. Ze leven in de buurt van water. Maar je ziet ze ook in weilanden, altijd in een groep. En soms zie je een grote groep ganzen in de lucht! Je hoort ze luid gakken

Tamme ganzen

Vroeger hielden de boeren ganzen. Voor de eieren, het vlees en het dons. Ganzen die bij mensen wonen, noem je tamme ganzen. Ganzen bewaakten de boerderij. Nu hebben niet veel mensen meer ganzen. Tamme ganzen zie je nog wel bij een vijver in het park. 

Vogeltrek

In ons land komt veel grauwe ganzen voor. Dat zijn wilde ganzen, ze leven in de natuur. Veel grauwe ganzen leven hier het hele jaar. Maar er zijn ook wintergasten. Die ganzen brengen hier alleen de winter door. Ze komen uit het noorden. Daar is het in de winter te koud. Ze trekken weer weg in de lente. Het zijn trekvogels

V-vorm

De lange reis is heel zwaar. Daarom vliegen ganzen in een V-vorm. De voorste gans vangt de meeste wind. De ganzen erachter vliegen uit de wind. Zo kost de lange reis de minder energie. Er gaat steeds een andere gans voorop. De andere ganzen gakken om de voorste gans aan te moedigen: ‘Hou vol!’

Beschermd

Ganzen eten planten, vooral gras. Daarom zie je ze in weilanden grazen. Vaak in heel grote groepen. Daar is de boer niet blij mee. Hij probeert de ganzen te verjagen. Bijvoorbeeld met harde knallen. De gans is een beschermd dier. De boer mag het dier niet zomaar doden. 

 

De grauwe gans heeft een oranje snavel en oranje poten met zwemvliezen.

Details en informatie

  • Titel: Ganzen
  • Auteur(s): Bouwina de Ridder
  • Nummer: 430
  • Niveau: 1
  • Siso: J 598.8