Noordhoff Uitgevers

Grote grazers

In Nederland liggen een aantal natuurgebieden. In sommige daarvan kun je grote grazers vinden, zoals runderen en paarden. Door te grazen houden zij snel groeiende planten en jonge boompjes kort. De grote grazers moeten zonder hulp van mensen kunnen overleven. Door oude rassen met elkaar te mengen, zijn er hele sterke dieren overgebleven. Ze lijken nog wel wat op oerdieren. Dat zijn dieren die altijd in het wild hebben geleefd. De paarden en runderen die in de Nederlandse natuurgebieden grazen, zijn uit andere landen gehaald. In natuurgebieden vind je soms ook edelherten. Dat zijn inheemse dieren. Ze hebben altijd al in Nederland geleefd.

















Doordat hier runderen grazen, hoeft het gras niet te worden gemaaid.

Runderen

In natuurgebieden zie je vaak runderen. Bijvoorbeeld Schotse Hooglanders. Ze hebben lang, rood haar. Die vacht zorgt ervoor dat ze goed tegen regen en kou kunnen. 's Winters is er niet veel te eten voor de Schotse Hooglanders. Dat geeft niet. In de zomer eten ze zo veel, dat ze in de winter een dikke vetlaag hebben. Daardoor hoeven ze in de winter bijna niets te eten. Schotse Hooglanders eten alles wat ze tegenkomen. Gras, brandnetels en blaadjes van eikenbomen en berkenbomen. Daardoor poepen ze stevige keutels. In een natuurgebied kom je dus nooit een natte "koeienvlaai" tegen.

In natuurgebieden kun je twee soorten paarden tegen komen: het Konikpaard en de IJslandse pony. Het Konikpaard heeft een schutkleur. Door zijn zandkleurige vacht valt hij niet erg op. Konikpaarden zijn echte kuddedieren. Ze doen alles samen. De IJslandse pony kan goed tegen de kou. Hij is niet groot, maar wel erg sterk. Ook is hij heel lief en betrouwbaar. Herten grazen ook in natuurgebieden. Edelherten zijn het grootst. Damherten zijn iets kleiner. Je kunt ze gemakkelijk uit elkaar houden. Damherten hebben witte stippen op hun vacht. Reeën zijn nog iets kleiner. In de winter is hun vacht grijs, in de zomer roodbruin.










Konikpaarden komen oorspronkelijk uit Polen.

Vaak vind je bij de ingang van een natuurgebied een bord met de dieren die je kunt tegen komen. Grote grazers in natuurgebieden zijn niet gevaarlijk. Als je ze maar met rust laat en niet te dichtbij komt. Houd je hond aan de lijn, want runderen kunnen van ze schrikken. Ook damherten kunnen in paniek raken van los lopende honden. Alle dieren in natuurgebieden zoeken hun eigen eten. Geef ze geen korstjes brood of suikerklontjes. Als ze vaak gevoerd worden, gaan ze bedelen. Ze voelen geen noodzaak meer om hun eigen eten te zoeken. Het beste is om op een afstand te blijven. Ondertussen kun je de dieren rustig bekijken.

Details en informatie

  • Titel: Grote grazers
  • Auteur(s): Lien van Horen
  • Nummer: JC196
  • Niveau: 1
  • Siso: J 598.92