Noordhoff Uitgevers

Het kinderziekenhuis

Soms is een kind zo ziek dat het niet kan worden behandeld in een gewoon ziekenhuis. Het moet dan naar een kinderziekenhuis. Daar werken kinderartsen die heel veel weten over ziektes die kinderen kunnen krijgen. Zo is er een specialist die alles weet over botten. En een kinder-oncoloog (zeg: onkooloog), die allerlei vormen van kanker bij kinderen behandelt. In het kinderziekenhuis liggen kinderen met levensbedreigende ziektes en chronisch zieke patiëntjes. Er is een speciale afdeling voor ernstig zieke baby's. En één voor veel te vroeg geboren baby's. Maar er liggen in een kinderziekenhuis ook kinderen uit de buurt die hun been of arm hebben gebroken. Dit ziekenhuis is dus speciaal voor kinderen. De afdelingen zien er vrolijk en gezellig uit. En ouders mogen zo veel mogelijk bij hun kinderen zijn. Want de dokters en de verpleegkundigen vinden het heel belangrijk dat hun patiëntjes zich zo prettig mogelijk voelen.









Als je je ziek voelt, is het fijn dat je vader of moeder vaak bij je is en bij je kan slapen.

Als je in het ziekenhuis ligt

Als je wordt opgenomen in het kinderziekenhuis, krijg je een eigen bed en een kastje voor je spullen. Soms kom je op een kamer met meer kinderen te liggen. Het kan ook zijn dat je in een box terechtkomt. Boxen zijn kamers voor kinderen die heel erg ziek zijn en rust nodig hebben. Of voor kinderen met een besmettelijke ziekte. Daarom liggen ze alleen. Sommige boxen hebben twee deuren. Je komt dan eerst in een halletje. Daar moet iedere bezoeker zijn handen wassen en een schort en mondkapje voordoen. Zo kan de ziekte niet overgebracht worden op andere mensen.

In het kinderziekenhuis is ook een afdeling Intensive Care (zeg: intensiv ker). Dat is de enige afdeling die er niet vrolijk uitziet. Alles moet er steriel zijn, zonder bacteriën en dus superschoon. Je gaat naar deze afdeling na een zware operatie of een ernstig ongeluk. Er staan daar allemaal apparaten rond je bed. Sommige om je te bewaken en andere om voor zuurstof en medicijnen te zorgen. Op beeldschermen lezen dokters en verpleegkundigen hoe het met je hartslag en ademhaling gaat. De meeste patiënten op de Intensive Care merken weinig van wat er om hen heen gebeurt. Ze zijn bewusteloos of worden met medicijnen in slaap gehouden.

Als je je daar goed genoeg voor voelt, mag je iedere dag naar de speelkamer. Daar kun je spelletjes doen met een 'speeljuf' of lekker computeren. Je gaat dan ook iedere dag een uurtje naar de ziekenhuisschool. Daar werk je met een meester of juf uit je eigen schoolboeken.

Je ouders mogen de hele dag bij je zijn. De rest van het bezoek komt 's middags na het rustuur. Iedere week gaan een paar cliniclowns (zeg: klienieklauns) langs de bedden om de zieke kinderen een beetje op te vrolijken. Want in een ziekenhuis liggen is natuurlijk niet zo leuk. Je krijgt er allerlei onderzoeken en behandelingen. 's Morgens vroeg begint dat al met bloedprikken. Buisjes met wat bloed van jou gaan dan voor onderzoek naar het laboratorium. Zelf moet je geregeld weg voor bijvoorbeeld röntgenfoto's. Of voor een echoscopie, zodat de kinderarts in je lichaam kan kijken.












Cliniclowns proberen je weer vrolijk te maken.

Nederland heeft vijf kinderziekenhuizen: in Groningen, Amsterdam, Utrecht, Nijmegen en Rotterdam. Ze zijn alle vijf onderdeel van een groot academisch ziekenhuis. Zo'n ziekenhuis hoort bij een universiteit. De studenten die geneeskunde studeren, krijgen ook les in het kinderziekenhuis. Daar wordt ook onderzoek gedaan door studenten en specialisten. Om steeds meer te leren van allerlei ziektes en om nieuwe behandelingen uit te proberen. Zo hopen ze later zo veel mogelijk kinderen met ernstige ziektes te kunnen genezen.

Details en informatie

  • Titel: Het kinderziekenhuis
  • Auteur(s): Harm Tilstra
  • Nummer: IC153
  • Niveau: 3
  • Siso: J 613.47