Noordhoff Uitgevers

Hockey

Hockey is een belangrijke sport in ons land. Elk weekend spelen in Nederland ongeveer 115 duizend kinderen hockey. En ook nog eens 85 duizend volwassenen. Nederlandse teams hebben al veel belangrijke prijzen gewonnen. Ze zijn wereldkampioen geworden of hebben goud gewonnen op de Olympische Spelen.
Misschien droom jij er ook wel van om ooit in Oranje te spelen. Dan heb je veel talent en doorzettingsvermogen nodig. Je zult al jong lid moeten worden van een hockeyclub. En je zult veel moeten trainen. Iedere zaterdag ga je wedstrijden spelen. Hockey is een echte familiesport. Vaak nemen ouders hun kinderen mee naar het hockeyveld. De ouders spelen in teams van senioren of veteranen. Vaak helpen ouders ook mee op de hockeyclub als coach van een team.

In het weekend is het meestal druk op de hockeyclub. Op zaterdag speelt de jeugd wedstrijden.

Gevaarlijk?

Hockey is een oude sport. Het kwam in 1891 vanuit Engeland naar ons land. De sport verschilde toen nog wel van het hockey dat wij nu kennen. De stick was aan allebei de kanten plat, nu is hij aan één kant een beetje bol. De spelregels waren ook anders. Later kwamen er internationale regels. De hockeylanden hadden die regels met elkaar afgesproken. Voortaan werd hockey overal hetzelfde gespeeld.
In Engeland had je vroeger een aantal sporten die met een stick en een bal gespeeld werden. Maar het waren ruwe, gevaarlijke sporten. Daarom bedachten de Engelsen nieuwe regels om deze sporten veiliger te maken. Zo ontstond hockey. Ze bedachten ook manieren om het lichaam beter te beschermen tegen blessures: verwondingen of pijn die ontstaan door de sport.
Als je lid wil worden van een hockeyclub, ga je niet meteen wedstrijden spelen. Eerst ga je trainen. Je leert hoe je om moet gaan met de bal en de stick. Hoe je de bal moet stoppen of hoe je je stick vasthoudt. Je moet de bal ook kunnen overspelen naar je teamgenoten, passen (zeg: paasen). Er zijn een heleboel trucs en technieken die je in de loop van de tijd leert, want hockey is best een technische sport. Als je een wedstrijd speelt, moet je veel lopen en je moet het lang kunnen volhouden. Daarom werk je tijdens de training ook aan je conditie, je uithoudingsvermogen.
Met hockey kun je al jong beginnen. De meeste kinderen starten als ze acht jaar zijn. Je speelt dan bij de mini's of de E-jeugd. Je traint iedere week en op zaterdag speel je competitie, een serie wedstrijden. Je speelt op een kwart van het veld, met vijf veldspelers en een keeper. Als je ouder wordt, speel je met meer kinderen op een groter deel van het veld.
Voor hockey heb je speciale kleding nodig. Iedere club heeft zijn eigen tenue: een shirt, broek of rok en kousen in de kleuren van de club. Hockeyschoenen hebben noppen onder de zolen. Voor je veiligheid draag je scheenbeschermers onder je sokken. In je mond draag je een bitje, dat is een beschermhoesje voor je tanden. Voor de keeper is bescherming ook heel belangrijk. Een bal met grote snelheid kan hard aankomen. Hij (of zij) draagt speciale platen voor de bescherming van keel, borst en het kruis. De keeper heeft een helm op en draagt een masker en handschoenen. Ook heeft hij beschermers voor zijn benen en enkels. Zo lijkt hij wel een beetje op een maanmannetje.

De keeper ziet eruit als een maanmannetje. Dat is nodig, want hij mag zijn hele lichaam gebruiken om de bal te stoppen. En zo'n bal kan hard aankomen.

Details en informatie

  • Titel: Hockey
  • Auteur(s): Petra Cremers
  • Nummer: IC267
  • Niveau: 3
  • Siso: J 619.71