Noordhoff Uitgevers

IJsberen

Lekker groot. Een enorm dikke, zachte vacht. Leuke ogen. Je denkt misschien dat het over een knuffeldier gaat. Maar het gaat over een levensgevaarlijk beest: de ijsbeer. Die lijkt heel schattig. Je zou hem wel mee naar huis willen nemen om er lekker tegenaan te liggen. Dat zou niet slim zijn. IJsberen zijn erg gevaarlijke roofdieren. Roofdieren voeden zich door andere dieren op te eten. Ze zijn slim, snel en beresterk. Een ijsbeer is erg groot. Als een mannetjes-ijsbeer op zijn achterpoten gaat staan, is hij net zo groot als een olifant. Vrouwtjes-ijsberen zijn kleiner. Ze zijn niet minder gevaarlijk. Een volwassen ijsbeer weegt wel vijfhonderd kilo. Dat is net zoveel als vijftien kinderen.

Als een ijsbeer op zijn achterpoten gaat staan, is hij heel groot!

Koud

De naam 'ijsbeer' past goed bij dit dier. IJsberen wonen op het ijs en zijn net zo wit als het ijs. IJsberen wonen in het gebied rond de noordpool. Dat is het bovenste stukje van de aardbol. Daar is het altijd erg koud. Een ijsbeer heeft daar geen last van. Zijn vacht bestaat uit twee lagen en is dus erg dik. En alsof dat nog niet genoeg is, zit er onder die vacht nog een laag vet. Die kan wel tien centimeter dik zijn.
Als een ijsbeer gaat zwemmen, worden alleen de buitenste haren van zijn vacht nat. Dat is handig in dat vreselijk koude water.

Een ijsbeer zwemt graag in ijskoud water.

Door zijn witte kleur zie je een ijsbeer bijna niet in al die sneeuw. Alleen zijn zwarte neus verraadt hem. IJsberen doen daarom wel eens hun poten voor hun neus als ze gaan jagen. Jagen doen ze graag. Ze zijn vooral dol op zeehonden. Uren zitten ze soms te wachten bij een gat in het ijs. Een zeehond kan niet zo lang onder water blijven. Daarom steekt hij af en toe zijn kopje even door het gat om adem te halen. De ijsbeer slaat hem dan met een klap bewusteloos. Daarna maakt hij de zeehond dood door hem in zijn nek te bijten.
Een ijsbeer kan zijn prooi erg goed ruiken. Een dode zeehond ruikt hij al op twintig kilometer afstand. Dat is net zo ver als jij in een uur kunt fietsen. En dan moet je nog flink doortrappen ook. Een levende zeehond die even komt ademhalen, ruikt hij al op twee kilometer afstand.
IJsberen leven het hele jaar alleen, behalve in de paartijd. Dan zoeken de mannetjes een vrouwtje om mee te paren. Ze blijven dan ongeveer een week bij elkaar. Daarna gaat elk weer zijn eigen weg. Een mannetjes-ijsbeer ziet zijn eigen kinderen nooit. De vrouwtjes krijgen meestal rond de kerstdagen jongen. Die zijn dan zo klein als cavia's. Ze blijven heel lang bij hun moeder. Pas als ze twee jaar zijn, gaan ze zelf op jacht.

Een klein ijsbeertje gaat graag op stap met zijn moeder.

Als jij ijsberen wilt bekijken, kun je het gemakkelijkst naar de dierentuin gaan. Daar zitten ze op veilige afstand van de mensen en kun je ze toch goed zien. Want ze lijken wel schattig, maar ze zijn beslist niet geschikt om te aaien.

Details en informatie

  • Titel: IJsberen
  • Auteur(s): Ineke van Kasteren
  • Nummer: JC011
  • Niveau: 1
  • Siso: J 598.89