Noordhoff Uitgevers

Ik heb diabetes

In Nederland hebben ongeveer 6000 kinderen diabetes. Het is een ziekte waarbij je goed op je energie moet letten. Dan kun je eigenlijk alles doen wat een gezond kind ook doet. Aan de buitenkant zie je niet of iemand diabetes heeft. Soms weten mensen zelf niet eens dat ze de ziekte hebben. Hoe kom je er dan achter? Een aanwijzing kan zijn dat je altijd veel dorst hebt en erg vaak moet plassen. Of dat je vaak erg moe bent en duizelig of misselijk.
In het begin van de twintigste eeuw (1900-2000) hebben wetenschappers insuline ontdekt, een stof die in je lichaam wordt aangemaakt. Als dat niet gebeurt, ben je diabeticus. Door de ontdekking van insuline is het leven voor diabetici minder vervelend geworden. Zij kunnen deze stof namelijk inspuiten.

Er worden steeds nieuwere apparaatjes uitgevonden waarmee je zelf de hoeveelheid glucose in je bloed kunt meten. Dit is een prikpen.

Wat is diabetes?

De ziekte heeft te maken met energie. Om te kunnen bewegen, heeft je lichaam energie nodig. Dat is glucose, een soort suiker. Alle delen van je lichaam, ook de kleinste, hebben glucose nodig. Als je eet, komt deze suiker in je bloed. En als de hoeveelheid glucose in je bloed omhooggaat, begint de alvleesklier te werken. De alvleesklier maakt insuline aan. De insuline én de glucose samen zorgen ervoor dat je lichaam de energie kan gebruiken. Maar dan moeten ze wel in álle deeltjes van je lichaam terechtkomen. Bij de meeste kinderen met diabetes werkt de alvleesklier niet. Er wordt dus geen insuline aangemaakt, zodat alle glucose in het bloed blijft zitten en niet in de lichaamsdelen terechtkomt. Daarom zorgen deze kinderen zelf dat hun lichaam insuline binnenkrijgt door de stof elke dag in te spuiten.

Glucose haal je uit koolhydraten, bepaalde stoffen in je eten. Koolhydraten zitten bijvoorbeeld in fruit, koek en brood, rijst en pasta. Je lichaam maakt er glucose van. Als je diabetes hebt, moet je altijd opletten hoeveel koolhydraten je eet. Je weet dan ongeveer hoeveel glucose er in je bloed zit en dus wanneer je insuline nodig hebt.

De dokter kan met een eenvoudige test de hoeveelheid glucose in je bloed meten. Bij sommige diabetici kan de hoeveelheid glucose wel vijf keer hoger zijn dan bij gezonde mensen. Als de huisarts merkt dat je diabetes hebt, zal hij je doorsturen naar het ziekenhuis. Daar zal een arts nog meer onderzoeken doen. Want als je diabetes hebt, kun je ook andere klachten krijgen. Bijvoorbeeld koude voeten, omdat je bloed niet goed doorstroomt.
Na alle onderzoeken krijg je uitleg over hoe je het beste met diabetes om kunt gaan. En hoe je je medicijnen moet gebruiken. Ook krijg je hulp van een diëtist. Dit is iemand die alles van voeding afweet. De diëtist geeft je advies over hoe je gezond en verstandig en toch lekker kunt eten.
Regelmatig moet je bloed prikken om te controleren of de hoeveelheid glucose in je bloed goed is. Dat kun je doen met een speciaal apparaatje. Als de hoeveelheid glucose te laag is, moet je iets eten of drinken waar suiker in zit, bijvoorbeeld druivensuiker. Dat wordt snel in je bloed opgenomen. Is de hoeveelheid glucose te hoog, dan moet je extra insuline spuiten.

Kinderen met diabetes kunnen heel goed sporten als ze af en toe wat koolhydraten eten of drinken.

Details en informatie

  • Titel: Ik heb diabetes
  • Auteur(s): Lonneke Snijder
  • Nummer: IC258
  • Niveau: 4
  • Siso: J 381.1